Naar Duinkerken

Op een broeierige zaterdag stap je op de trein naar de Bijlmer. Dat doe je niet voor je plezier. De reden:  Pathé heeft daar de Imax vertoning van Chris Nolan’s ‘Dunkirk’. Nolan is een talent van slechts 47 jaar met een grote staat van dienst. Zijn weergave, tijdens WOII,  van de terugtrekking van honderdduizenden Britten van het strand van Duinkerken, Operatie Dynamo,  is zijn laatste staaltje van kunde. Samen met de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema heeft hij een indrukwekkend schouwspel afgeleverd.

Het overweldigende geluid van de Imax zorgt voor een een onvergetelijke ervaring. De snelheid waarmee het water een boot verovert, mensen laat verdrinken: sprakeloos. De luchtgevechten tussen de Spitfires en de moffenvliegtuigen zijn realistisch en zonder opsmuk in beeld gebracht. De honderd duizenden soldaten op het strand van Duinkerken die als ‘sitting ducks’ zitten te wachten: ongelooflijk. Als toeschouwer ben je op een gegeven moment onderdeel van de operatie.

Nolan heeft het verhaal van de miraculeuze redding van 335.000 Britse soldaten realistisch in beeld gebracht. Het gevoel van onmacht, vijandigheid (ja ook tussen Britten en Fransen) is voelbaar bij de jonge soldaten die op het strand, in de boten en in de lucht figureren.

Het verhaal speelt zich af in drie delen: in de lucht (de Spitfires die net genoeg benzine hebben om Duinkerken te bereiken), op het strand (de soldaten), en op het water (de redding door de plezierjachten).  Er zijn weinig woorden in de film om deze verschrikking in beeld te brengen. “Dunkirk” is een document geworden waarin geschiedschrijving in beeld gebracht wordt.

Een aanrader om te ondergaan. En wat is het toch een mooi gezicht als aan het eind van de film staat:
director of cinematography
Hoyte van Hoytema , n.s.c. (Netherlands Society of Cinematographers)

Mies

Ik wil nog even terugkomen op een mooi televisiemoment vanvrijdag 21 april. De Wereld Draait Doorrrrr. Een programma wat ik, als ik eerlijk ben, nooit kijk. Maar gisteravond, wachtend op het Journaal, zaten daar bij Matthijs en MarcMarie nog een M aan tafel. En niet zo maar 1tje. Mies.

Iemand uit het zwart/wit tijdperk van de NTS, Het Dorp, 1 van de 8. De tijd dat je in een warme mei zon naar school stepte. De tijd van ranja met een rietje, Exota, het defilé op Soestdijk. .
Maar tijd en leeftijd lijken geen vat op de Koningin van de Nederlandse Televisie te hebben gehad. En zelfs Matthijs heeft geen vat op haar. Mies heeft een boekje gemaakt, haar columns uit de “Margriet” (van lang geleden overigens) zijn bij elkaar gezet en je kunt dat kopen. Matthijs begon zijn lange monoloog, wat bij hem een vraag zou moeten zijn, over het marinemannen en meisjes op 1 boot en samen ver weg varen. Zoals gebruikelijk hoort hij zichzelf graag praten en stelt hij geen open of gesloten vraag, maar een ‘Matthijs-vraag’. Een vraag die hij aan een ander stelt, maar die alleen door Matthijs beantwoordt mag worden. Aan het einde van de monoloog keek Mies hem aan: “Ja, Matthijs, maar wat wil je daarmee zeggen?”

Mies neemt het gesprek over en keuvelt lekker door, ook met MarcMarie, die zich, door haar, spontaan laat verleiden om zich een “culturele katholiek” te noemen.

De vrijdagavond kon niet leuker beginnen. Geef Mies een praatprogramma, elke week een half uur. En dan komen weer de tijden van 1 zender terug. Want Mies heeft alles niet wat de huidige generatie praatprogramma luitjes wel hebben: arrogantie (JP), desinteresse (MvN), discussie voeren om het discussie voeren (EJ). Mies heeft juist dat natuurlijke over zich waardoor er altijd wel een leuk gesprek zal en gaat komen. Een gewoon gesprek. 

Want Mies is eigenlijk heel gewoon leuk.