lance-a-lot

Mijn naam is Lance Armstrong.
Ik ben sportman.
Ik was sportman.
Ik heb vele prijzen gewonnen.
Ik heb mensen voorgelogen.
Veel mensen.
Ik heb verboden middelen gebruikt.
Om mijn prestaties te verbeteren.
Om prijzen te winnen.
Om aan de eisen van mijn sponsoren tegemoet te komen.
Om mijn eigen ambitie te kunnen waarmaken.
Ik ben nooit schuldig bevonden.
Ik ben nooit betrapt op het gebruik van.
Ik ben onschuldig.
Mijn voormalig teamgenoten hebben geklikt.
Zij hebben jarenlang meegegeten uit de ruif van het grote geld.
Zij hebben pakken boter op hun hoofd.
Zij zijn net zo schuldig.
Ik zal spoedig spreken.
De waarheid.
Alleen de waarheid.
Ik ben Lance Armstrong.
Ik ben niet alleen.
Ik heb niet alleen gebruikt.
Ik ben Lance Armstrong.
Ik zal de wielersport vernietigen.
Tot aan de laatste rotte cel.
Tot aan de laatste rotte cel.
Ik ben Lance Armstrong.
Ik ben sportman.
Ik heb LiveStrong.

Tour de Force

In het zachtglooiende Franse landschap, vol met zonnebloemen, ranken vol druiven en de lucht zwanger van liefde speelt elk jaar het spectacle af. Bijna tweehonderd mannen op een lichte fiets doorkruisen de fijnste plekken, plaatsen, departmenten van het land van Sarkozy.

Politiek telt niet, alleen de overwinning. De eeuwige roem is waar de mannen van staal, de bikkels, voor rijden. Soms luisteren naar de ploegleider, die het misschien beter weet, maar niet weet hoe het moet.
Drie weken lang beelden op televisie, geluid over de radio, opwinding over een ontsnapping, schrik over een val partij. Elke dag is er wel wat. Vijftig in het uur, soms zelfs tachtig kilometer in het uur. Heuvel op, heuvel af, een stijgings percentage waar je als normaal mens al moe van wordt als de 10% wordt genoemd.
De bikkels pedaleren lichtjes omhoog, met vijftien in het uur. Binnenblad, buitenblad, twintig voor, achtien achter. Mystieke taal die mij weinig zegt.

De wielerkoers van het jaar boeit van begin tot eind. De taktiek, of het gebrek daaraan. De onverwachte ontsnapping van een Vlaming. Of van de Waal in een Vlaamse ploeg. Natuurlijk kijken we naar de Nederlanders, Gesink, Ruijg, Mollema. De val van Hoogerland.
De hele tijd begeleid door het enthousiaste commentaar van de franse ‘speaker’ bij de finish. Het ritme van spreken, de klemtoon. Frankrijk vloeit mijn huiskamer en lichaam binnen.

Verlangen daar te zijn, temidden van de zinderende zonnebloemen, een koele witte Chablis. Een elegante Française naast me op het terras du village.
Drie weken lang. Een helikopter vlucht met de bergen, het vlakke land. Koeien op de vlucht. Paarden die wegstuiven. Een oude fransman met alpinopet die een glas rode wijn heft. Het mooie leven.
Al is het maar voor drie weken.

Vive le Tour.