ov-chip gemak?

Na een jaar treinen vindt de NS het nodig mij te verblijden met een nieuw plastic kaartje
met daarop de datum van het volgende jaar. Weer een jaar fijn treinen met mijn vrienden van het Spoor. Inmiddels ben ik gewend geraakt aan de dagelijkse stress van: rijdt dat kreng, rijdt dat kreng op tijd, hoeveel zwartrijders tel ik vandaag, hoe gevat doet de conducteur vandaag? Al deze levensvragen, ik ken ze , ik weet ze, ik neem het mee.
Dat plastic kaartje van de NS, met mijn naam, foto en traject daar gaat het om. Dat kaartje kan veel meer, weet ik inmiddels. Ik kan het ook als OV kaart gebruiken om, jawel, met de bus of metro reizen.
Dat mijn jaartrajectkaart gelijk ook op de OV- paal van de bus gedrukt kan worden is natuurlijk het ultieme klantvriendelijke item van de moderne tijd zijn. Zou je denken.

Helaas. We leven in Nederland waarbij wij alles ‘samen doen’ maar toch lekker apart. Om de
kaart voor de bus gereed te maken is niet zo moeilijk. Het is alleen jammer dat er één menselijk factor inzit; de medewerksters van het NS service punt te Hilversum.

Dus moet ik mijn nieuwe jaarkaart OV-Chip gereed krijgen. Daar adverteert de NS mee, zo geregeld! Echter, mijn oude kaart heeft nog saldo. Mag ik overzetten. Op de vroege ochtend ga ik naar de dame van de Hilversumse NS service-balie. Daar waar het woord ‘vriendelijkheid’ al jaren geleden verdwenen is, heb ik ervaren..  De vriendelijkheid van deze dame(s) nodigen echt uit te blijven OV-en. Echt!

Met veel pijn en moeite, het is immers voor haar eerste bakje koffie, weet ze mij te vertellen dat ik eerst mijn nieuwe kaart moet ‘activeren’.
Dan mag je naar de website van de NS om de kaart wijs te maken dat het ook voor de bus gebruikt kan worden. Vervolgens moet je naar de NS kaart automaat om ‘de bestelling’ op te halen. Vervolgens weer naar dat mokkel om eindelijk de zeven euro vijftig (“nee meneer er staat een tientje op”) over te laten zetten. Durft zij nog te zeggen dat het makkelijker kan. Ja, mevrouw, IK heb het niet bedacht.

De vooruitgang is nog niet ten einde. De automatische opwaardering van tien euro is uitgezet en die moet ik dan weer, jawel, via ov-chipkaart punt nl weer aanzetten.
Kortom een handeling dat welgeteld geen uur zou moeten duren, kost de reiziger ongeveer 3 dagen.
Ja ja, dat openbaar vervoer: die snappen de vooruitgang wel. Daarom staat het ook zo vaak stil.

Hilversum NS wordt dichtgetimmerd met OV poorten: geef mij een kaart die het binnenkort gewoon overal doet: het nieuwe stempelen.

Openbaar Vuilnisvat

Het smerigste vervoermiddel in Nederland is, op de strontkar na, de trein. Telkens trap ik er weer in. Elke dag de stille hoop een schoon een fris ruikende ‘Sprinter’ aan te treffen waarin ik mijn 30 minuten durende reis prettig kan doorbrengen.

Als ik in de vroege ochtendmist de trein zie staan dan weet ik al. Hoe meer bedolven onder graffiti, hoe muffer de geur binnen. Om maar te zwijgen van de treurnis van zo’n gele dubbeldekker. Deze ijzeren reus mag geen eens het predicaat ‘trein’ hebben. Kleine banken, plastic groene zetels. Daar waar kleine kinderen over plassen omdat ze na een dag met opa en oma te moe zijn om het juiste toilet te vinden.

De iets nieuwere ‘Sprinters’ mogen dan wel ruimer lijken, ze zijn het niet. De stoffen bekleding laat uitbundig het ‘verleden’ herbeleven: zand, poep, braaksel, eten, friet, mayonaise.
Gelukkig, in dezelfde vroege ochtend stappen de frisse en fruitige meisjes in de trein. Fijn ruikend naar Franse korenbloem velden, zuid Spaanse zandstranden of sub tropische palmbomen-olie. Totdat ze een overheerlijke energie drank optrekken. De penetrante zoete geur laat mij keer op keer wakker schudden en laat mij terug keren in de harde realiteit: het nu.

Het is druk in de trein. Zomer, herfst, winter of lente, het maakt niet uit: iedereen is altijd verkouden. Medereizigers blaffen ongegeneerd in het rond. Bacillen zijn erom op te vangen, wij ademen het wel in, we recyclen. Peuteren enthousiast in hun neus en bekijken vol trots het resultaat om het vervolgens weg te schieten of onder de stoel te plakken.

Na vijfentwintig minuten rol ik de oververhitte trein uit. Frisse buitenlucht, nooit gedacht dat Nederland zo fris kon ruiken in de ochtend!

Een uur of acht uur later heb ik, bijna dezelfde trein terug. Wat is er verandert? De prullenbakken zijn overvol met blikjes, papier en andere rommel. De vloer is bezaaid met een plakkerige substantie die ooit uit een koffiekarton of limonadeblikje is komen glijden. Kun je het niet op, dan gooi je het gewoon over de vloer. Het is niet van mij en de maatschappij ben ik, dus waarom zou ik aan de anderen reizigers denken?

Bij het eindpunt trek ik met moeite mijn schoenen los van de grond. Mijn tas haal ik met enig geweld van de vloer. Trekkend, scheurend en schurend win ik het gevecht. Elke voetstap geeft een plak-plak geluid. Ik kan nog net de open en dicht knop herkennen, links en rechts kunnen ze niet zo makkelijk verwisselen.

Thuis neem ik een douche. Daar hoef ik niet in- of uit te checken. Ik bouw een schild om me heen om de volgende dag weerbaar te zijn. Tegen de invloeden van buitenaf.