alleen met de goden

Alex Boogers - Alleen met de godenSoms lees je een boek, dat vind je leuk. Af en toe lees je een boek dat indruk achter laat. Maar eens in de zoveel jaar dan heb je een boek in handen die je oppakt, bij de lurven grijpt en na het lezen van de laatste letter je knock-out in de touwen laat hangen.

“Alleen met de Goden” van Alex Boogers is zo’n boek. Zijn achtste roman bevat de bekende Alex Boogers thema’s, verstoorde familie relaties, zoektocht naar de liefde, verlating, het gevecht om te overleven. In deze roman komen al deze thema’s in een schitterend en ontroerend pallet bij elkaar.

Aaron Bachman neemt je mee in zijn leven. Hij is elf jaar en op een gegeven moment ligt er een man in de gang. Dood. Neergeslagen door zijn vader. Aaron blijft achter met zijn moeder van wie hij weinig liefde krijgt. Ook haar bestaan om te overleven is keihard.

Aaron vlucht de straat op en doet wat alle jongens doen in een ‘naamloos gat’: herrie schoppen. Totdat hij zijn vriend Gerald een kickboks school binnenkomt en de eigenaar hem aanspreekt. Kom terug. Ik zie het aan je ogen, die woestheid, de energie.
Ook op school spreekt de muziekleraar hem aan: ik herken jou soort jongens. De woede in je, daar moet je wat mee doen. Ga schrijven! Aaron begrijpt niet dat er mensen om hem geven.

’s Nachts wordt hij achternagezeten door nachtmerries. Hij schrijft schriftjes vol met teksten. Maakt ruzie met zijn moeder. Heeft seks met zijn buurmeisje Olivia. Niet uit liefde, maar uit verveling.
Alleen in het dierenasiel vind hij een soort van rust. Een afgedankte vechtpitbull wordt zijn beste vriend. Maar ook dat mag niet te lang duren.
Het gevecht om te overleven ligt niet alleen op straat en thuis. Ook in zijn hoofd.

Fantastisch hoe Boogers de gedachten van deze jonge jongen weet neer te zetten. Je bent als lezer 11, 12, 13 enzovoorts. Je groeit met hem mee, zijn weg naar volwassenheid en waar hij zijn gedachten en gedrag in goede banen weet te krijgen.
Als Aaron uiteindelijk toch de kickboks school opzoekt, kijkt de eigenaar, Art, niet vreemd op. Hij wist dat Aaron zou komen. En hij wordt een goede kickbokser. Wint prijs naar prijs en wordt zelfs kampioen. Maar is dat genoeg?

Alex Boogers heeft een unieke taal. Elk woord voelt als een klap in je gezicht, een knal op je kaken, maar ook de tederheid van liefde en genegenheid geven de lezer een warm gevoel. Fantastisch om te lezen dat Bachmans kampioen feest leest als een gevecht, maar een technische boksterm komt er niet in voor. De woede in Aaron wordt verwoord in elke klap die hij uitdeelt. Aan het eind van het gevecht, voorzien met de kampioensriem maakt hij zich drukker om de boeken die in de kleedkamer liggen dan om de huldiging. Ontroerend om te lezen dat de liefde van zijn leven de boeken red van de vloer. En zo zijn er meer van zulke pareltjes naar gelang Aaron ouder wordt. De zachte, creatieve kant van Bachman komt naar boven en hij moet wel schrijver worden. Een uniek cadeau zet hem er uiteindelijk toe.

“Alleen met de Goden” is een boek dat de harde werkelijkheid van een volksbuurt in het ‘naamloze gat’ laat zien. Je laat voelen hoe het is om te overleven op de straat. Of je wilt of niet. Maar Boogers ontroert keer op keer, op onverwachte momenten. De ontwikkeling van die jonge kleine naïeve Aaron maak je van nabij mee. Ondanks de liefdeloosheid en pijn die de hoofdpersoon meemaakt, is het wel een verhaal van hoop en toekomst.

De laatste hoofdstukken zijn prachtig. De stijl, gebeurtenissen, taalgebruik, de mensen om wie je bent gaan geven, goed en kwaad. Aaron’s leven krijgt vorm. En je leeft met hem mee.

Onderweg in de trein had ik vaak een brok in mijn keel. Zo mooi.
Alex Boogers: Alleen met de goden. Om te janken zo mooi.

dit zijn de namen

Natuurlijk waren er ooit de grote drie: Hermans, Reve, Mulisch. En wie weet ook Wolkers.

Maar de tijden veranderen en ook het andere schrijven, andere schrijvers, andere auteurs. Ik geloof dat de laatste jaren er niet zoveel boeken zijn uitgekomen als ooit te voren.

Maar ja als mensen als Daphne Deckers opeens ook een roman gaan schrijven, dan is het hek van de dam. En hou je hart vast.

Gelukkig blijft er genoeg keuze over: aan Nederlandse auteurs natuurlijk. Zij de het nederlandse taalgebied verrijken, omarmen, aanpassen.
Eén daarvan is Tommy Wieringa. Zijn weergaloze en onnavolgbare Joe Speedboot heb ik meerdere malen gelezen en elke keer dacht ik ‘kan hij dat ooit beter’.

Zijn ‘Caesarion’ was een groots boek: groots taalgebruik, internationale verwikkelingen. Beetje over de top en daardoor, voor mij dan, niet zo aangrijpend.

Gelukkig. Revanche is hem niet onbekend: ‘Dit zijn de namen’ is een roman om van te smullen. Het is een mix van mooie volzinnen, klein, intiem en het raakt je. De thematiek, het verweven van gebeurtenissen in fictie en de realiteit, dat maakt dit boek tot een waar fenomeen.
Het menselijke aspect komt ten volle in het voetlicht, van zeer duister tot heroïsch.  Met humor en vaart weet hij het verhaal van Pontus Beg te vertellen, commissaris te Michailopol, een stad in een onbekend land, maar grenzend aan Israel.
Daarnaast het verhaal van de groep vluchtelingen die de bittere koude van de steppe doorstaan en met steeds minder mensen weten te overleven. Maar ten koste van wat?

“Dit zijn de namen”  is het beste boek van 2012, geschreven door een Nederlander. Nee, Wieringa schrijft niet moeilijk, niet ingewikkeld. Hij weet de woorden te brengen, technisch goed geschreven, maar ook vernieuwend weet hij mij weer te verbazen en te overtuigen van zijn kwaliteiten.

Volgens mij is hij dat zelf ook.

Lezen!

Auteur:  Tommy Wieringa – Dit zijn de namen 

ISBN10: 9023472691
ISBN13:9789023472698

E-ISBN10: 9023475712
E-ISBN13: 9789023475712
Uitgevert: de bezig bij