woensdag

Vandaag ben ik niet alleen. Er zitten mensen in de trein. Forensen, natuurlijk. Een doordeweekse dag, de wolken jagen over het vlakke land. Regen in de lucht. De afstand wordt kleiner, maar ook groter. Het is maar hoe je het bekijkt.

Mijn mede treinlotgenoten. Op weg naar kantoor, school, de stad. Iemand kijkt via zijn telefoon een netflix serie. Een ander luistert naar muziek. Hij naast mij een digitaal boek. Maar ook mensen met een papieren boek. Vaak een bijbel. Een voorteken.

Opvallend dat de velen met een smartfoon, vinnig, kwaad en boos naar hun scherm kijken. Woest met hun vingers over het scherm glijden.

Zij die naast haar zit met een krant, de Metro, leest ontspannen. Geen grimas, geen woestheid. Ontspannen leest zij en reist zij verder.

De trein zegt dat we er zijn. Er overgestapt kan worden. Ik zucht en stap uit. Een nieuwe dag vol arbeidsvreugd wacht.

treintje

Da TrainIk druk de kaart tegen een paal. Het licht gaat groen en een gerustellende piep schalt door de lucht. Als ik de trein binnenkom ruik ik de regen, de muffe lucht van de stoffen stoelen, de natte kranten op de vloer. Treinstel 2980. Vandaag weer hetzelfde rammelbakje als altijd. Ik zie de machinist naar zijn kabine wandelen. “ Morgen,” zegt hij vriendelijk tegen de passagiers, zijn klanten. Het charme offensief van het SpoorBedrijf werkt.

Het is stil in de trein. De ventilator staat uit. Het TL-licht knettert zachtjes. Even een klik, donker en de ventilator draait weer op volle toeren. Kennelijk heeft de machinist de stroom op de trein gezet en zou alles moeten werken.
Met nadruk, zou. Je weet immers maar nooit bij en met de Trein. Maar we zijn nog niet weg. De trein zucht en steunt. Blaast. De hydrauliek doet zijn werk. Langzaam wordt het warm in de trein. De passagiers komen binnen.
Als je elke dag op dezelfde tijd reist, kom je vaak dezelfde mensen tegen. De twee vrouwen van middelbare leeftijd, kennen allemaal de conducteurs, werken bij de NS. Hebben het over het weer veranderende systeem op klantenkontakt.
Ook zij is er weer, de aantrekkelijke jongedame, blond haar, blauwe ogen. Verlegen komt ze binnen. En neemt plaats.
De automatische omroepster heet ons hartelijk welkom en vertelt in welke trein we zitten. Dan duurt het niet lang meer of de trein zal vertrekken.
Schuddend zet het zich in beweging. Los van het perron, los van het station. Ik kijk naar buiten en zie de konijntjes in het veld. Een verdwaalde fazant kijkt verdwaasd naar de trein. Een mannelijke reiziger neemt een powernap.

Bij het grote station stroomt het vol. Reis je met het openbaar vervoer, dan leer je de lokale bevolking kennen, vertelde ooit eens een Engelse vriendin. Ik zit dus in een gemiddeld Nederlands gezelschap. De vakantieganger op weg naar Schiphol, geen frequent trein reiziger, dus vraagt hij vier keer of deze trein ook op Schiphol stopt. De grote kerel die met veel bombarie zijn laptop op schoot neemt en zegt dat hij ‘aan het werk gaat’. De studenten die het komende tentamen en opdracht bespreken. De jongemannen die vet,cool,swag de laatste features van een fakking game doornemen.

De trein vertrek dit keer op tijd. Dit keer krijgen we een extra rondje over het rangeerterrein, blijkbaar is de kortere route niet beschikbaar. De wegen van het Spoor zijn soms ondoorgrondelijk.
Mijn medepassagiers lezen de krant. De Metro, oud nieuws en veel reclame. De krant is snel uit en de mobiele telefoon komt tevoorschijn. Even checken of men nog wordt gemist op een sociale media, oordopjes in en muziek luisteren.
Hoe jonger de reiziger, hoe harder de muziek. Ik kan meegenieten met de djzik djzik geluidjes.
Ik kijk op mijn e-reader. Nu al 80% van het boek ge-ereadert. Een goed boek kent geen tijd. De trein laat zien welke stations we zullen aandoen en op welke tijd.

“Het volgende station is…., u kunt hier overstappen naar…, … uitchecken,”  de automatische medewerkster doet trouw haar plicht.  Mensen staan op, de trein remt en komt tot stilstand. Soms moet je je even vasthouden, soms is de machinist extreem voorzichtig.

De deuren gaan open en ik zoek een paal en druk mijn kaart ertegen aan. Uitgecheckt, staat er.

Mooi zo.

trein #2968

Het is dinsdag. De ochtend begint mistig en nat. De regen druilt langzaam op straat. De lokale hovenier geeft de bomen water met zijn watergevulde giertank.

De trein van even over acht uur komt aangehobbeld op Vathorst Centraal. Een enkeling stapt uit, een paar stappen in: mei-vakantie.
Als ik de trein instap valt het op dat er nogal veel rommel her en der ligt. Kranten, kranten, een leeg bekertje koffie. Niet echt vreemd, maar vandaag wel. Het is wel erg veel rommel vandaag, zeg maar een rotzooi. Het schijnt dat de schoonmakers staken bij de NS. Gelukkig voor de NS zijn zij niet verantwoordelijk voor de slechte arbeidsomstandigheden. Zoals met alles wat NS doet, is de schoonmaak de verantwoordelijkheid van een ‘ander’.
‘Hinderlijk’ dat de reiziger al maanden in de rommel zit, zegt de NS. Natuurlijk kun je als reiziger ook je eigen rommel weer mee nemen en elders dumpen, maar helaas in de moderne maatschappij waar iedereen denkt dat een ander voor een ander zorgt (mantelzorg 2.0) komt dit niet voor. Dus kijk ik vanochtend naar 5 edities Metro, 2 McDonalds bekers, een koffiebeker en op de grond ontwaar ik twee plastic lepels, een bruine bananenschil, een sigarettenpeuk en ga zo maar door.
Het valt nog mee dat het nog niet naar verrot eten ruikt. Het mooie van NS is dan ook dat ze geeneens melding maken van het feit waarom de treinen een rijdende vuilnisbelt zijn. Zo bevlogen zijn ze met hun reizigers, die ze graag op plaats 1, 2 en 3 willen zetten.

Godzijdank vertrekt de trein wel op tijd en zie ik weer mijn tiental konijnen vriendjes in het veld vrolijk rondhuppelen. Die hebben tenminste nergens last van. Behalve wanneer ze worden opgejaagd en afgemaakt als er ‘teveel’  zijn. Maar dit geheel terzijde.

Ik pak mijn e-reader en lees iets over Terpentijn en het verhaal van zijn grootvader.
De trein hobbelt verder, en komt schokkend en schuddend tot stilstaand. De machinist(e) is ook nog niet geheel wakker. Gelukkig, een drietal stations verder mag ik eruit. De frisse boomgeuren, het getjilp van de vogels komt mij tegemoet. Ook in het Baarnse wordt ik gerustgesteld. De tunnel stinkt als vanouds naar pis. En dan te bedenken dat de NS straks nog meer geld gaat vragen voor het reizen in de spits.
Geweldig!