verwerking

‘Ik geloof er heilig in, dat de doden niet zomaar weg zijn. Ze laten een bepaalde energie voor ons achter.’

Zegt Jenny tegen de door verdriet overmande ouders van Tonio van der Heijden. Zij was het meisje dat Tonio een paar dagen voor zijn overlijden een portfolio liet maken.
Met die gebeurtenis komt, volgens mij, een eind aan de bodemloze put waar de ouders van Tonio zich al een aantal weken, cq maanden in bevinden.
Dat de vader van Tonio, A.F.Th. van der Heijden, kan schrijven dat weet ik. Menig roman van hem heb ik verslonden. Van ‘een gondel op de herengracht’ naar ‘de slag om de blauwbrug’ en verder. Allen kundig en verantwoordde literatuur.
Met het overlijden van zijn enige zoon, vond van der Heijden het nodig (op aanraden van zijn redactrice) over zijn rouwproces te schrijven om zo ‘klaar’  te zijn voor het nieuwe werk.

‘Tonio’ is een imponerend boek geworden. Zonder enige schroom wordt je als lezer deelgenoot van het onbenoembare verdriet van Adri en Mirjam van der Heijden. De zoektocht naar de laatste dagen en uren van Tonio’s leven zijn op indrukwekkende en soms hartverscheurende wijze in beschreven.
Soms lijkt het om de autobiografie van AFTH te gaan, andere momenten over het immense verdriet en hulpeloosheid die hij (en zijn vrouw) voelen.

Ongewild kwam bij mij de vergelijking op met de film “la stanza del figlio’  waarin de zoon ook komt te overlijden, maar door een brief van een ‘vakantievriendinnetje’ de zoektocht voor deze ouders naar haar begon. Pas met de ontmoeting van dit meisje konden de ouders accepteren dat hun zoon er niet meer was.

‘Tonio’ blijft in alle opzichten een literaire roman. Van der Heijden schrijft als een groot auteur (en laat dat ook ongeneerd blijken).
Een indrukwekkende roman, dat wel. Gedurfd om ruim 600 pagina’s gevoelens, emoties, verdriet en ‘hoe-nu-verder’ te verwoorden.
Geeft hoop voor de toekomst dat AFTH ook voor later mooie boeken zal gaan schrijven.

 

Tonio – Een Requiemroman

ISBN 109023459547
ISBN 139789023459545

een stil geloof in engelen

Er zit een kleine jongen naast me: Joseph Calvin Vaughan. Hij, amper twaalf jaar oud, vertelt zijn verhaal. Een verhaal over een vader, een moeder, de Dood, Alexandra Webber, meisjes uit zijn klas die op brute wijze vermoordt worden. Maar ook, ontrouw, liefde en ouder ouder worden. Ik hoor zijn stem, ruik zijn adem, voel zijn emotie. Ik ruik Augusta Falls, de bloemen, de lucht, de geur van het land.

Ik lees een boek van Roger Jon Elleroy, wat zeg ik, HET boek van RJ Elleroy. Ik ben nog geeneens op eenderde van het boek en ben nu al tot tranen toe geroerd. De geestelijke aftakeling van Joseph’s moeder wordt zo intens beschreven; dat laat niemand onberoerd. En dat alles met de tweede wereldoorlog op de achtergrond; de snel veranderende tijd; voor jong EN oud.

Het zijn de herinneringen van Joseph Calvin Vaughan die je meeslepen. De taal van Ellory is overweldigend. Het lijkt heel simpel, eenvoudige woorden. Maar elk woord staat, elk woord hakt erin. Elk woord geeft je het gevoel dat jij naast die jongen zit, ligt, loopt, wandelt, kijkt, ruikt, voelt en praat. Je hoort zijn stem. Je ziet het naakte lichaam van juffrouw Webber. Je ruikt het ziekenhuis waar zijn moeder zal eindigen.

Ik moet nog 200 pagina’s en nu al weet ik dat dit één van de beste romans is die ik gelezen heb.

(recensie Volkskrant)
(recensie Leestafel)

palermo

Voor een verhaal en/of roman over italie of Sicilie kun je me altijd wakker maken. Maar Philip Snijder heeft meer strepen verdient dan deze tweede roman. Zijn debuut ‘Zondagskind’, welke min of meer zijn jeugd beschrijft op Bickerseiland (da’s Amsterdam) maakte mij nieuwsgierig naar zijn tweede roman.
Snijder heeft een heldere schrijfstijl. Als geen ander weet hij een wereld te creeeren die je kunt voelen, ruiken en aanraken.

In ‘Retour Palermo’ gaan twee tieners in de jaren zeventig met de trein naar Palermo. Hoe deze reis wordt beschreven is op zich als een meesterwerk. Je voelt de onzekerheid, de naïviteit van de twee pubers met als absolute hoogtepunt de overtocht per boot waar de trein in zijn geheel op gaat. Geniaal.

Maar dan begint het pas: de rauwe en rechtdoorzee Sicilianen tegenover de naïeve en onvolwassen Nederlanders. Al zijn de Sicilianen zeer gastvrij (en dat is echt waar) de twee Nederlanders blijven een buitenbeentje en ook door het gebrek aan taalkennis bezien ze alles van verre.
Ze maken kennis met Sandro, een soort van journalist maar ook revolutionair die de hoofdpersoon en zijn vriendin Ingrid in zijn familie en vriendenkring opneemt. Het warme weer in Sicilië, de broeierige sfeer in Palermo en zeker ook in het buitenhuis in Menfi (het mooiste plekje van Sicilië) geeft aanleiding tot allerlei erotische fantasieën.
De hoofdpersoon en Ingrid zijn al een leven lang bij elkaar en gedragen zich ook als een (te) lang getrouwd stel. De lichamelijk ingestelde Sandro lijkt vooralsnog geen interesse in de blonde Ingrid te hebben. Lijkt. Want, de ik-persoon laat uiteindelijk haar achter bij Sandro. Al is het maar voor een nacht als hij met andere Sicilianen gaat vissen. Het lichamelijk verlangen, de erotische fantasieën zijn bij de verteller meer dan eens aanwezig. Het bedrijven van de liefde met Ingrid is een grote tegenstelling met de doortastendheid van de Siciliaanse mannen (en vrouwen)

Jaren later is de hoofdpersoon weer terug in Palermo, voor één dag en gaat op zoek naar het borstbeeld van Sandro, die later een gevierd journalist werd. Drie jaar geleden is hij overleden en bij het aanzien van de buste kan de hoofdpersoon zich niet meer inhouden en vertelt zijn verhaal.

‘Retour Palermo’ duurt slecht 192 pagina’s. De naïeve pubers en de naar mid life crisis neigende veertiger worden helder en vol overtuiging neergezet. Snijder heeft oog voor detail, zonder dat het gaat vervelend. De culturele tegenstellingen tussen de stramme Hollanders en de uitbundige Siclianen zijn treffend weergegeven.

“Retour Palermo” is een overtuigende roman geworden die het lezen meer dan waard is. Maar die ook mijn persoonlijke heimwee naar Sicilië doet opbloeien.