afrekencultuur

Fietsend door de PolderDenkend aan Holland dan zie ik stromende rivieren, zwarte autowegen, fietsende mensen. Ik zie ook viaducten voor verkeer, en dieren. Ik zie uitgestrekte polders, met koeien in de wei en soms een wilde buffel in een kunstmatig natuurgebied. Ik zie mensen op geplaveide fietspaden, vrolijk fietsend in een vroege ochtendzon. Volgepakte parkeerterreinen bij grote blauw-gele gebouwen die zeven dagen in de week open zijn. Iedereen oogt gelukkig. Schijnt het ook uit te stralen.
Maar dat zijn de zichtbare mensen. Er zijn ook een heleboel onzichtbare mensen. Mensen die het voor het zeggen hebben. Die de lijntjes uitzetten. De machthebbers. Meer macht, meer aanzien, meer geld. Limburg is onderhand het Sicilië van Nederland geworden. Capo di tutti capi Jos van R met zijn protegés Mark V en Frans W zijn de verpersonalisering van witteboordencriminaliteit twee punt nul.
De voor-wat-hoort-wat cultuur bloeit in het bourgondische deel van ons land. Voor wat hoort wat. Ik een beetje geld, jij een stuk grond. Voor weinig. Ik een mooie luxe vakantie, jij de toezegging van alleenheerschappij in de plaatselijke horeca.
Ik een afspraak met een boef, jij wat handgeld wat je terug krijgt. Niemand hoeft het te weten, we houden het onder de pet. Beter is het te zwijgen. Het is goed en beter voor het eigen ego. Als het ooit uitkomt, geven we de ander de schuld.

Ik lees over een bestuursvoorzitter die een slim arbeidscontract heeft gemaakt, getekend door een naïef bestuur, gevuld met zijn ‘vrienden’. Een olie man met een klein extraatje van vier en twintig miljoen. Euro.

Denkend aan Holland dan zie ik een verkiezingsdebat. Voor de democratisch gekozen proviciale staten. Ik zie alleen heren die daaglijks onze democratie beschimpen. Een wit gekuifd persoon die ‘jij’ en ‘jouwt’. Andere de schuld geeft van alles en nog wat.
Schuld over en het niet vinden van een bonnetje, een deal met een crimineel. Een deal uit 1998. En wie zat er toen in de VVD fractie. Precies. Het spreekwoordelijke boter, druipt van zijn hoofd.
Politici kijken helaas niet verder dan 4 jaar vooruit. Een lange termijn visie is electoraal gezien zelfmoord. De politiek is bezig pleisters te plakken op wonden die in het verleden gemaakt zijn.

Denkend aan Holland denk zie ik een land in rep en roer om 1 (een) wolf, verdwaald. Hollend door Holland, terug naar Duitsland. Een grote uil, bespot als terror-oehoe, omdat hij slechts zijn eigen gebied verdedigd.

Denkend aan Holland, dan zie ik stromende rivieren, uitgestrekte polders, zeewater dat woest de duinen teistert, koeien in de wei, een kudde schapen schuilend bij elkander, een fietspad met een roedel fietsers, de hei in paarse najaarskleuren, een schelpenpad waar menig wandelaar in alle rust geniet, een kerktoren laat in de verte zijn klok luiden, het zachte geraas van de snelweg vlakbij. Ik zie bossen, landerijen en moestuinen. Ik zie mensen gejaagd door een nieuwbouwwijk hun supermarkt bestormen.
Denkend aan Holland zie ik dat de kloof tussen politiek en volk alleen maar groter wordt. Af en toe komt dat pijnlijk aan het licht.

Een bonnetje.