daar kun je maar beter van af zijn

Het is een doordeweekse donderdag. De herfst hangt in de lucht. De vochtige lucht, de vroege ochtenddauw zijn daar duidelijke tekenen van. Voor de rechtbank lijkt het wel een hete zomer. Een man gaat vertellen over zijn leven als crimineel, die hij ooit is geweest. Hij is voor niemand bang, niet voor zichzelf, voor zijn vriendin, voor zijn vijanden. Hij gaat een boekje open doen.
De Man heeft een strafblad, dat wel. Hij heeft mensen doodgemaakt. Geliquideerd. Mannen die het niet met hem eens zijn geweest, heeft hij uit de weg geruimd. Obstakels, zoals hij dat ooit in een dronken buit in café “de achterdocht” heeft geroepen.

Hij gaat zijn verhaal vertellen over de mensen die hij kende, zijn vrienden zijn geweest, de operaties, de moordpartijen. Hij noemde namen. Van echte mensen. Mannen die achter slot en grendel gaan verdwijnen.

De Man die dat ging vertellen zit vandaag niet in de zaal. Hij verblijft elders en via een video scherm kijkt de hele zaal naar Hem. Hij is niet zichzelf. Pruik, een bril met dikke glazen verbergen zijn ware zijn. En hij ziet zijn oude maten. Breedgeschouderde kerels, met door Japanse troostmeisjes aangeprate tattoos waarvan ze niet weten wat het betekende maar het staat wel stoer. Ook mannen in dure maatpakken en een zijden stropdas, zijn aanwezig.
De Rechter gaat zitten en kijkt zijn rechtszaal in. Tijdloos beige, semi eiken stoelen. B Geen raam te bekennen. Flets TL-licht. De sfeer is grimmig en De Rechter voelt de spanning. De spanning die hij moet controleren, anders gaat het fout.
De Rechter kijkt naar een camera en ondervraagt de Man die elders zit:

De Rechter: ‘Bent u een crimineel?’
De Man: ‘Ja, ik was een crimineel, ja.’
De Rechter: ‘Wat was de reden voor u om een getuigenis af te leggen?’
De Man: ‘Vrezen voor je leven als je vrij komt. Dat geldt niet alleen voor mij, maar voor de meesten die hier zitten.’
De Rechter: ‘Kunt u dat toelichten?’
De Man: ‘Mensen leven met bepaalde informatie waarvan anderen kunnen denken: als dat op straat komt heb ik een probleem. Dan denken mensen in het milieu: dan kun je daar maar beter vanaf zijn.’

De mannen op de tribune knikken instemmend: van Hem kun je beter af zijn.

(De idee van deze blog ligt bij een Volkskrant artikel. Toen ik dat las, leek het wel een scene uit een Italiaanse boevenfilm, waarbij een persoon de zwijgplicht verbrak.)

in de wijk (vieniks 10)

In mijn wijk is veel mis. Zou je kunnen denken. Of het zo is, dat weten alleen sociaal demografen over 200 jaar. Het aantal borden ‘te koop’ hier in de wijk geeft geen hoopvol beeld. Het is niet anders. Jonge stellen kopen dure huizen. Huizen die ze amper kunnen betalen. De lease-bak onder hun kont geeft hun het gevoel ‘rijk’ te zijn. Dat valt tegen als de werkgever ophoudt te bestaan. Of je gewoon zat is. Of je bent uitgeperst als pas afgestudeerde post-HBO’er.

De volgorde is indentiek. Geen auto, geen inkomen, geen geld, geen relatie. Je wordt een dag papa of dag mama. Blind gestaard op een denkbeeldige rijkdom zijn er dingen aangeschaft die je beter had kunnen laten.
Maar dat is niet het enige. De oorzaak van dit alles zou kunnen liggen bij de bedenkers van deze wijk. Zij houden mooie praatjes over mooi groen, blauw water, idyllische bruggetjes. Een winkelcentrum. Of twee. Zij maken beloften die op een gegeven moment gebroken worden.
Het is als in de liefde. Maak geen beloften, dan kan er ook niets breken.

De plannenmakers en uitvoerders in deze wijk werken zijn onbetrouwbaar. Zou je kunnen denken. Het eigen belang is het eerste woord dat je in hun woordenboek aantreft.
Je koopt een woning die uitkijkt op niets. Om de wijk uit te komen mag je gebruik maken van een ‘tijdelijke bouwweg’. Deze weg bereik je middels een opgelegde zandwal waar een gracht van 20 meter breed moet komen. Dat zou een jaar duren. We zijn nu 6 jaar verder. Er is nog niets veranderd. Nog altijd daalt er stof en grijs op ons neer van diezelfde zandwal. De ‘tijdelijke bouwweg’ blijkt niet zo tijdelijk.
Zo nu en dan wordt de zandwal afgesloten, middels blokken. Dat geeft hoop. De verkeersveiligheid gaat omhoog. De wandelbruggen die even verderop moeten komen, zijn voorbereid. Blijkt dat er nog tekeningen gemaakt moeten worden. Konden die tekeningen niet 10 jaar geleden gemaakt worden, toen alles werd ingevuld. Blijkbaar niet.
Nu kijk je tegen een stukje gracht aan en veel zand. Het groen groeit er lustig op los. De gracht moet hoognodig uitgegraven worden. Naar het schijnt is het geld daarvoor al jaren geleden beschikbaar gekomen.
Liever steekt men dat geld in het oplossen van een parkeerprobleem voor een ander project. In onze wijk komen meer parkeerhavens. Die hebben wij niet nodig. Het andere bouwproject is eigendom van een machtige woningbouwcorporatie.
Je krijgt een brief: eind juni alles klaar. Opeens schijnt dat niet te lukken en wordt alles na de bouwvak opgestart. Als je het vantevoren weet, stuur dan geen brief, denk ik dan. En ik heb geeneens communicatie gestudeerd.

Wat kun je er aan doen? Wordt je als burger nog wel serieus genomen. Ja, je zou flauw kunnen zijn en zeggen, je wordt als burger serieus ‘genomen’. So be it. Iedereen werkt zich een hartaanval om de eindjes aan elkaar te krijgen. Geen tijd om je daar druk over te maken.

En dan de mensen die alles in elkaar zetten: bob de bouwers. Huizen worden ‘zuinig’ gebouwd, op alles wordt bezuinigd. Dunnere stenen, weglaten van details. Met als gevolg dat bij elke regenbui, parkeergarages onderlopen. De materialen ter afdichting van de wateroverloop deugen niet. Wie is verantwoordelijk. Kijk op de koopakte en je ziet 24 bedrijven. Waarvan er 23 failliet, opgehouden, weggegaan of met de noorderzon vertrokken zijn. Lekker toch? Maar ook, het extreem traag werken. Van project naar project. Bouwbedrijven hebben niemand meer in dienst, ze huren hun ontslagen ex-medewerkers in om de klus te klaren. Ze hebben goed naar KPN gekeken, een lege huls met een Raad van Bestuur.

Ik heb het niet over een afbraakwijk. Het is de Gelukkigste Wijk van Nederland. En zo is het maar net. Het kleine leed wordt zo nu en dan niet gezien. Als vienikser krijg je een woning, maar geduld moet je op de koop toenenem.

En komt dit voor in alleen de wijk die ik nu beschrijf? Ik vrees van niet. Het is van alle tijd. Net als dictators die niet willen vertrekken, pedofilie, moord, doodslag, liefde, kinderen, voetbal, zomer, winter, lente en herfst.

Het is van alle tijd. Het is van overal.

Zo is het maar net.