Tour de Farce

Het lag natuurlijk voor de hand. Het moest een keer gebeuren. Op een berg. Een stilstaande motor, vallende wielrenners. Temidden van duizenden ‘wielerfans’ uitgedost als Borat, HoofdMongool, SuperIdioot, CompleetKrankzinnig.

Iedereen wijst naar iedereen. De renners naar de motoren en de organisatie en vragen wederom om meer veiligheid en minder motoren. Maar helaas, de renners zijn slechts een klein onderdeel van het bedrijf dat niet voor niets ASO heet.

Dat het fout zou gaan is niet alleen te wijten aan de overdaad aan motoren, auto’s en publiek. Nee, ook de Franse registratie van de etappes is zo dramatisch slecht dat een uitbarsting te verwachten was.
Ontsnappingen worden gemist, cruciale momenten zien we minuten later in slo-mo terug. Liever laat de Franse Regie pissende coureurs zien, om maar te zwijgen van de toeristische plaatjes die een verplicht onderdeel zijn geworden van het dagelijkse portie Tour De France.

Daarnaast is het onbegrijpelijk is dat in een hyper modern elektronica tijdperk, waarbij elke seconde en positie nauwkeurig bij gehouden kan worden, het de de Organisatie niet lukt om dat in beeld te brengen. De tussentijden bij het spannende ‘contre le montre’, de individuele snelheden en tijden. Alles kan in beeld gebracht worden, zoals bij een formule 1 wedstrijd bijvoorbeeld. Nee, wat dat betreft lijkt de Organisatie zich nog in een stenen tijdperk te bevinden.

Maar dat het fout zou gaan komt louter en alleen door twee mannen. Nederlandse mannen wel te verstaan. Ze heten Ducrot en Dijkstra. Zij presteren het om uren achtereen slap te ouwehoeren dat je er depressief van wordt. Prietpraat van het hoogste niveau. Hoe heerlijk zijn de momenten dat de ‘verbinding met de commentatoren’ verbroken is. Je hoort de franse natuur, de krekels, het ratelen van de fietsen.

Zij zijn debet aan alles wat fout gaat in de Tour

D: Kijk daar rijdt Rodriguez
D: Die gaat stoppen,
D: Stoppen?
D: Ja, dat maakte hij bekend op de rustdag
D: O, Ik schrok, ik dacht dat hij al gestopt was
D Je ziet hem toch rijden

Ik bedoel maar.

Toer de Force

Het zit er weer op. Het spektakel dat Tour de France heet.
Wat levert 3 weken Tour de France op? Wat kom je als kijker te weten? Als wielerliefhebber? Het is duidelijk dat Nederland van boven gezien een heerlijk land is, maar toch: Frankrijk is mooier. Diepgroen van kleur, dalen, pieken, zon, warmte, wijn.
Als kijker is het soms meer dan vaak meeslepend, de strijd der titanen. Froome, Nibali, Contador. Je hoeft me er niet voor wakker te maken, maar fietsen kunnen ze wel. Hoe mooi is het dat het talent van Gesink eindelijk zichtbaar wordt. De onverzettelijkheid van Mollema. De fantastische Poels, een paar jaar geleden voor dood in de berm, nu van onschatbare ware voor Froome. Terwijl de Grote Froome nog glashard beweerde dat het ‘meenemen van Poels een beslissing was van het management’, oftewel, het maakte hem niet uit. Daar zal de bespuugde en uit ge boegeroepte Chrissie wel iets anders hebben over gedacht, de laatste dagen.

Als kijker moet je het, in Nederland, doen met de Bep en Toos van de televisie: Herbert en Maarten.
Het is natuurlijk een prestatie op zich om vier tot vijf uur aan elkaar te praten. Over kastelen, renners, anekdotes toen hun nog op de race fiets meededen. En het halen van hun eigen gelijk.
Hoe vaak hebben ze niet verteld dat heel Eritrea in de bioscoop zat om hun ‘held’ (tour de france kent louter helden) Teklahaimanot vooraan reed. Hebben ze in Eritrea wel bioscopen? Hoeveel mensen zitten daar dan te kijken? Hebben ze het geld er wel voor? Zijn ze niet te druk met het vluchten naar West Europa of elkaar de hersens in hakken?
Hoe vaak heeft Herbert vertelt over de tweeling broertjes Yates. Dat elke wielrenner die een meer dan tien minuten vooraan reed een standbeeld mocht hebben.
Om maar te zwijgen dat Bep en Toos meer dan eens feiten verdraaiden. Ging Nibali nu naar de bus van Froome om verhaal te halen of andersom? Was het niet Froome die boos naar Nibali liep omdat hij dacht dat er Vincenzo een beetje onsportief was geweest? En als Bep en Toos weer eens met elkaar lagen te bakkeleien zien ze een belangrijke demarrage niet, of een schijnbaar belangrijk moment in de wedstrijd.
Ik ben altijd erg blij dat de wedstrijd ten einde is. Zowel voor de winnaar als voor de kijken. Verlost van die twee.

De after etappe mogen we ook niet te vergeten. Geen Mart Smeets, maar Gert en Dione. De meer journalistieke aanpak van de NOS. Gert moet nog veel leren en Dione giechelt als een klein meisje om alles wat er gebeurd. Die glimlach mag soms wel eens van haar gezicht verdwijnen.
En Tour du Jour? Wilfred kan het niet nalaten om elke avond over doping te beginnen. Je zou bijna denken dat hij stijf staat van de pillen.
Maar wordt hierdoor meneer Smeets gemist? Nee dat ook weer niet.

Wat blijft hangen in het collectieve geheugen is de mooie strijd tussen de toprenners. De tactiek, de aanvalslust, het doorzettingsvermogen. Het gegeven met welke onwaarschijnlijke snelheid zij een berg op fietsen om vervolgens met gemiddeld 70 kilometer per uur de berg weer af te denderen. Aan het eind was de verslaggever en mag je doodleuk vertellen dat je een goeie dag hebt gehad en dat je nu lekker wilt slapen.
Mag hij dat zeggen? Ja dat mag hij zeggen.