een zweem van zomerliefde

Ver weg ruist de zee, het helmgras wuift zachtjes heen en weer. Een konijn huppelt door het warme duin. Het duinzand is zomerswarm zoals alleen duinzand kan zijn.

Zachtjes streel ik haar arm. Ik voel de haartjes op haar onderarm. Ze giebelt, het kriebelt.
“Is het dan allemaal waard geweest,” fluister ik. Haar donkergroene ogen, haar witte oogkassen, haar wimpers, haar neusvleugels die traag op en neer gaan, de tekening van haar jukbeenderen, de frons in haar voorhoofd, de lichte haartjes bij haar bovenlip. Haar mond.
Haar lippen bewegen een antwoord. Haar warme stem trilt in mijn oor, verwarmt de lucht. Ik glimlach om haar antwoord. Weet niet goed wat ik ermee moet.
“en wat vind je er zelf dan van?” mijn mond dicht bij haar oor. Haar donkerblonde haar kriebelt mijn lippen. Wil ik haar zoenen? Haar lichaam proeven? Haar beminnen? Het bandje van haar bikini tekent scherp af tegen haar blanke huid. Haar borsten, gevangen in haar knalrode bikini-topje.
Haar hand streelt mijn zonnebrandoliewarme huid. Haar stem zo zwoel als de zomer.

Betovering.

Kinderen lachen op het strand. De vlieger klappert zijn weg omhoog de strakblauwe lucht in. Knaloranje, met blauwe strepen. Het touw verbindt het met de aarde. Onrustig vliegt de vlieger door de zomerdag.
Haar mond beweegt langzaam open en dicht. Woorden vinden hun weg. Mijn mond glijdt langs de hare. Voel het puntje van haar tong.

Verlangen.

“Maar als het niets wordt op deze manier,” mijn stem is zwak en schor. Haar ogen glinsteren van opwinding. Haar glimlach ontwapenend.
De warme lucht stijgt achter haar omhoog. De trilling maakt het zicht wazig. Haar woorden dwarrelen door de lucht. Raken mijn ziel.
Verleiding.
Haar vingers glijden in mijn vingers. Ik voel haar vingerkootjes. Haar pink buigt zich om die van mijn, als een baby die houvast zoekt.
De bel van de visboer rinkelt op het strand. De zee ruist. Haar haren wapperen in de zwoele wind.
“Het lijkt me beter dat we elkaar niet meer zien,” fluister ik in haar oor.
Een trilling in haar lichaam. Haar ogen, dof en vol ongeloof. Haar mondhoeken trillen. Schreeuwen een antwoord. Ik sluit mijn ogen.

Afwijzing.

Haar handen los van mijn handen. Verwijten in de zwoele avondlucht. Haar rode bikini zweeft weg. Ik zal haar missen. Denk ik.

In de verte ruist de zee, het helmgras wuift zachtjes heen en weer. Een konijn huppelt door het warme duin. Het duinzand is zomerswarm zoals alleen duinzand kan zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *