rome (fine)

De nederlandse meteorologen zaten er elke dag naast. Voor wat betreft het weer in Rome. Ik weet, het is ver weg en die foutmarge stijgt dan ook naar 95%. Maar toch.

Het is nu donderdagmiddag en de zon straalt als nooit tevoren. Een anderhalf uur geleden zate wij nog heerlijk aan de kust van Castel Fusano te genieten van de golven, de wind en het Italiaanse landschap. De belangrijkste vraag is al dagen niet meer, blijft het droog? Nee, de vraag is waar gaan we eten, en hoe laat. En moeten we nog een lekker wijntje halen bij de Carrefour, vergezeld van een Italiaanse hammetje.

Ik zit nu een aantal dagen in een appartement, bijna in het midden van Rome. Wat maakt deze plek zo anders als een ‘gewone’ hotelkamer. De keuken met wasmachine? Of is het toch de permanente lucht van ‘dat er iets gekookt wordt’ als je het complex binnenkomt? Ook zeer charmant zij de piano klanken op de late middag die klinken. De stemmen in de gang, de serene rust in de nacht. Het felle tl licht in de keuken. De IKEA spulletjes (alsof je thuis bent).

De avondlijke wandeltocht die je brengen op plekken die overdag onzichtbaar zijn. De ogenschijnlijke homo oppikplaats in de buurt van het Colosseum, het militaire hospitaal om de hoek. De meer dan lekkere pizza boer, die elke dag bommetje bommetje vol zit. En dichter bij zit dan je denkt: kwestie van de juiste straat nemen. En het ijs van Matteis, op nog geen 10 stappen. De bekendste ijsmaker van de wijk, strak om de hoek. Met smaken waarvan je in Nederland alleen maar kunt dromen.

De geur van jasmijn, of sinaasappelbloesem die de wijk opfleurt. Maar is Rome ook de stad waar een zwerver een kopje koffie krijg van een restaurant eigenaar, of een maaltijd, maar net zo makkelijk zijn restaurant wordt uitgezet als het even niet uitkomt.

Is Rome ook de stad waar, vooral, Amerikanen 3 dagen zijn en alles willen zien en beleven. Van de Trevi tot de trappen van Spanje tot het huis van Borghese. En waar de Amerikaanse blonde Barbie zich gewillig laat nemen door een echte Italiaan (of 2,3,4) omdat dat ook bij het ‘european adventure’  hoort.

Is Rome dan een stad waar je ook ’s avonds laat kunt slenteren over onbekende straten en pleinen?  Jazeker. Er zullen echt wel wijken zijn waar je ’s avonds niet wilt zijn, maar het oude centrum, gevuld met de ontelbare politiekorpsen, oogt veilig. Waar niet meer de honderdduizenden toeristen in de weg lopen. Met de marsleider voorop met een parasolletje, en tegenwoordig een microfoontje voor haar mond met draadloos de rest van haar kudde achter haar haan. Alleen, de Duitser: die loopt nog rond met een megafoon.

D aar waar eerst de Japanners liepen, kom je nu Chinezen en Koreanen tegen: de nieuwe rijken. Maar ook, verassend, Fransen, zelfs bij oude opgravingen als Ostia Antica komen schoolkinderen uit Frankrijk op excursie. En dan aan mij vragen wat HORREA betekend.

Het Rome wat ik (of de toerist) te zien krijgt is slechts een klein deel. De wijk Garbatella, Palasport, Aivicia, daar wonen de echte Romeinen, de jongelui die daar de metro uitstappen. De vrouwen die vrolijk en druk pratend elkaar het leven vertellen. Elkaar strelen en kussen. De jongens, of mannen, die hun macho zijn niet kunnen en mogen verbloemen en zich er dus ook naar gedragen. Wonderlijk, maar ook fascinerend.

De toerist in Rome laat zich beledigen met vies eten, slechte pasta en idiote souvenirs. Die souvenirs zijn wel aan mij besteedt. Italianen houden van eten dus is het zaak een goed restaurant te vinden. Vooral in de achteraf straatjes kom je ze tegen: daar waar de mensen uit de buurt komen, daar moet je zijn. Het maakt niet uit wat je eet, alles is vers en met liefde en passie bereidt.

Ach, de toerist, rugzak, Nike Air, wandelschoenen, camera. Duidelijk herkenbaar. Laat in de middag de narrige man, de vermoeide vrouw die om de twee minuten wil zitten, plassen of koffie drinken.  Voor hem lonkt het zachte warme bed lonkt, het bad, de birra al spina. Nog even en het zoveelste romeinse cultuurgoed is bezocht.

De italiaan bekijkt het allemaal glimlachend, zijn glimmende schoenen, haar oversized zonnebril. De donkere ogen. Voor hem en haar, de modieuze kleding, fijn van snit. Flirten begint bij het opstaan en de laatste trede voor hun eigen deur. “Ciao bella!”

Morgen is het klaar, finito. En nog heb ik niet alles gezien. Ik zeg tegen Valentina, de eigenaresse van dit appartement: tot volgend jaar. Zij zegt, bel me.

En dat zal ik dan zeker ook doen. Wie weet zelfs al in september. Maar eerste even een hapje doen in ‘La Taverna Dei Quarante”. Hier om de hoek.

(Wat overigens Naumachia is geworden, maar dit terzijde)

(laatste fotootjes zijn hier te bekijken)

rome (iv)

Huur een scooter, huur een scooter. Hoor ik vaak. Nee, ik huur een fiets. Met gids. En dan niet dwars door Rome, maar dwars door de buitenkant van Rome: Via Appia Antica.  Je hoeft het niet te bedenken maar het is er echt: www.fietseninrome.nl. Huur een fiets , een  gids en je krijgt een leuke leerzame tocht voor de voeten.

De geschiedenis van de Via Appia Antica kun je googlen, daar val ik je niet mee lastig. De fietstocht begon om een uur of twee, “just around the corner” en met zijn vieren gingen we op pad. De zon scheen, het jasje kon uit. Laten we zeggen dat het een graad of 20 was. Fijn fietsweer. We bezoeken de catacomben. Iets gristelijks van heel lang geleden en dus was er een Vlaams sprekende gids bij. Waar God is, is en Nederlandstalig iemand. Maar leuk was deze Vlaming wel: ‘zoals gebruikelijk in den vreemde, vangt de Vlaming den  Ollander op”.

Na een tocht, 15 meter onder de grond, honderden catacomben verder, kwamen wij weer boven. Het was ander weer: donkere wolken, koude temperatuur.

Gelukkig het fietsen zorgde voor wat warmte en daar waren de zware kasseien van de Via Appia Antica. Ik dacht er even aan om een “Tom Boonen” te doen: handen op het stuur en met 40 in het uur over die kasseien razen. Dat ging echt niet. Een oplettende tocht ‘langs’ de kasseien, met hier en daar een uitleg over het park, de weg, het verleden.

Na de Via Appia kwamen we in een ander Romeins park terecht: ongerept, ruig, maar toch in Rome. De kikkers, de schapen, de vogels waren het enige dat wij hoorden. Okay, op de krijsende ambulance na dan, die hoor je zelfs ver buiten de stadsgrens van Rome.

Aan het eind van de tocht een flesje wijn en schapenkaas met brood bij de schapenboer die het park met zijn duizend schapen onveilig maakt. We fietsen terug Rome in. Zien de termen van Caracalla, en weer het Colosseum, maar weer van een andere invalshoek.

De gids stuurt ons door straatjes en steegjes, klimmen en dalen. Het is net spinning, maar dan anders. Het eindpunt.
Van twee tot acht uur zijn we in de weer geweest en ook dit was een unieke ervaring. De rust, de natuur, het totaal andere beeld van Rome: de arbeiderswijken (waar de ‘gewone hedendaagse’ romein woont).  De golfbaan gesitueerd voor en aquaduct, het lijkt mij een geweldige ervaring.

De italiaanse jeugd die kirrend in het park roep; ‘i am iengliesch’, waarop ik alleen maar roep: ‘ey, sono olandese, bastardo’. Respect daar gaat het toch om? Wie zei het ook weer: ik zeg wat ik denk? O ja. Pimmetje Fortuyn.

Terug in het appartement, de regendouche in de badkamer doet zijn helende werk. Ik heb zin in iets lekkers. Zijn winkel zit om de hoek, en ik trek mijn Aussie aan en loop er heen: “Due gelati per favore.”

“Subito, Gerardo,’ antwoordt Matteis, ijskoning van Rome.

(fotos? tuurlijk die zijn hier te vinden).

rome (III)

Maandagmorgen: strak blauwe lucht, het begin van een wonderlijke dag. Denk ik. In Rome. Waar we nog altijd zijn. Een kopje koffie uit de pruttelautomaat, een hard broodje een parmalatje yoghurt en we lopen de stralende ochtend in.  Het is een bijzondere stad, met veel groen, pijnbomen en bloemen. Zelfs citroenbomen, olijfbomen en andere gezondegroenten-bomen zijn midden in de stad te vinden. Iemand in mijn nabije omgeving is daar erg jaloers op.

Blijkbaar werken de Italianen ook op maandag. Rome is geen schim meer van de lounge achtige, naar Amersfoort riekende stad. Nee, Rome is plotsklaps getransformeerd in een toeterende, zenuwachtige, drukke, metropool. De wandeling die we in gedachten hadden liep bij bocht drie al verkeerd. Ligt het aan het onduidelijke uitleggen? Het gebrek aan straatnaambordjes? De wirwar van straatjes? Nee, opeens een toeterende auto, een rode wagen stopt en wenkt mij. Een brandweerman vraagt aan mij de weg naar de Via Nazionale. Ik zeg beleefd dat ik uit Holland kome en slechts een toerist ben. Verbaasd kijkt hij me aan en vervolgt zijn weg. Of de brand op tijd geblust is? Ik denk niet dat de Italianen het woord ‘haast’ of ‘snel’ in hun vocabulaire hebben staan, als het niet in hun eigen voordeel uit te leggen valt.

Uiteindelijk maakt de lekkerste cappuccino bij Er Caffetarria op de Via Urbana de lange wandeltocht, dalen en stijgen, goed. En als je dan ‘slechts’ twee euro hoeft te betalen, dan voel je je weer een beetje Nederlander.

Slenterend door de stad is het verbazingwekkend hoe ze toch in al die jaren zulke immense gebouwen er tussen hebben kunnen proppen. Godzijdank hebben we daar het Palazzo Valentini voor. Het museum is gevestigd in het centrum van de macht van de provincie Lazio. En, ik moet bekennen, we krijgen een mooie multimediale voorstelling te zien: wandelend over glasplaten kijk je de diepte in naar de opgravingen: de mozaïeken, de gevonden voorwerpen (van hoofd tot pilaar). Met moderne technieken wordt het leven van de ‘oude’ Romeinen in beeld gebracht: op zijn Italiaans. Want wat was het leven toch fijn in die tijd. Iedereen was gelukkig, woonde in de mooiste huizen. Slaven en rijken werkten samen aan een mooie toekomst. Jammer dat die imposante gebouwen van toen in de middeleeuwen werden afgebroken, verwoest, in de fik gestoken. Het marmer werd tot lijm verwerkt, de beelden werden gebruikt als vulmiddel. Roem is vergankelijk.

Het potsierlijke Vittoriano is natuurlijk ook een trekpleister. Dat immense lelijke ding, met die idioot grote paarden, en de eeuwige soldaat blijft een trekpleister. Al is het maar om het fabuleuze uitzicht van bijna bovenaan.

En alles in Rome is te wandelen. Dat is waar. Kom, we gaan naar de Piazza Navona, wijntje doen. Maar helaas de gratis stadskaart is niet gedetailleerd genoeg en belanden opeens op de Via della Scorfa. En voor je het weet staat je niet op de Piazza maar bij de Ponte Umberto I, de volledig andere kant van waar je eigenlijk wilt uitkomen. Nee, ik mis mijn GPS smartfoon zeker niet! Ondanks het dwalen en verdwalen: in Rome wil je dat ook. Geloof mij.

En dan, links, rechts, link, links: Piazza Navona. Kunstenaars die hun olieschilderijen verkopen. Iedereen die bij, rond en om de fonteinen flaneert, flirt. De zon is heerlijk, de 20 graden wordt eenvoudig gehaald. En als de beenspieren dan toch van zich laat spreken, is het tijd om over de immense Vittorio Emmanuele II terug naar ‘huis’ te wandelen. Zien wij het Colosseum denken wij: we zijn er bijna. Nog even wat boodschappen doen in de buurtJumbo en de warme douche, het voetbad wacht. Morgen, dinsdag, is het fietsen over de Via Appia. De hele dinsdagmorgen staat in het teken van ‘herstel’.

En vanavond? Vanavond eten we “thuis”.

(check de foto’s op Rome Pagina)