to the max

Op zondag 13 november 2016 was ik getuige van een bijzonder evenement. In Brazilie. Sao Paulo om precies te zijn.
Al heel wat jaartjes volg ik de Formule 1. De tijden van Senna en Schumacher zijn voorbij. De laatste jaren werden vele races een ik-rij-lekker-achter-Mercedes-aan parade.
Maar toen was er een broekie uit Limburg. Zoon van. Jong, brutaal, getalenteerd. En zijn talenten liet hij ons het afgelopen jaar een paar keer zien. Zijn overwinning in Spanje was hysterisch en historisch. Gekscherend wordt vaak gezegd: zet een goeie coureur in een goeie auto en hij wint. Max deed dat. Maar wat er die zondag de dertiende november in Sao Paulo gebeurde was buitengewoon. Het verhaal is bekend: van plaats 16 rijdt hij het hele veld ‘naar huis’ om uiteindelijke een derde positie te behalen.
Maar hoe komt het toch dat hij zo goed rijdt. Ik weet het wel: hij heeft geen bloed in d’aderen, maar benzine. Hij is één met de auto (“machine” zoals Jeroen Pauw het ooit in een interview met hem noemde). Kijk maar eens naar de on-board camera hoe beheerst hij het parcours volgt, de bochten neemt en zijn mede-coureurs inhaalt. En dan vergeten we even dat Herr Vettel de babyfoon weer eens gebruikt om te klagen. En hij houdt zijn wagen op het parcours daar waar anderen het verliezen. Skills? Geluk? Nee hoor: instinct.

Max heeft een ultiem gevoel als het op racen aankomt. Weet precies waar hij rijdt, waar en hoe in te halen. Hij ziet, voelt en ruikt waar hij kan en mag rijden, kan remmen, gas geven (‘exit point’) en zo zijn tegenstanders weet uit te schakelen. Nu heeft hij het geluk in een auto te rijden die ontworpen is door de best denkbare ontwerper ter wereld, Adrian Newey, maar je moet het toch maar even doen. Zijn derde plek, en vooral de manier waarop, is natuurlijk veel mooier dan een eventueel gevecht met ‘pretty boy’ Lewis H. Niemand heeft het meer over het feit dat Lewis zijn eerste victorie in Brazilië haalde.
Natuurlijk is het ook mooi om te zien de bewondering van bijvoorbeeld Martin Brundle. Hij deed de podium interviews en vol bewondering keek hij naar Maxie. En Max is Max. Oer Hollands bij de hand, gevat en rebels.
Waar zijn avontuur gaat eindigen? Hij moet veel leren, zijn races stabieler uitvoeren. Maar waar het zal eindigen? Zijn vader zie het zelf: “Maak me niet uit, als hij maar wereld kampioen wordt.”

laakbaar

Over De LaakSoms lijkt het wel dat in mijn stad regelmatig een ‘politicus’ overloopt van Partij A naar Partij Z. Deze maand is een politica van de VVD naar het CDA overgelopen. De zoveelste overloperij binnen het lokale politieke bestel. Het maakt mij sprakeloos. Maar, ik kan het mij voorstellen: wanneer je op een heldere ochtend bedenkt, op hete moment je overjarige man zich van je afrolt, dat er meer is dan zomaar liberaal te zijn.  En wanneer je een twintigtal minuten later arriveert bij het lokale huis, waar de renovatie van 32 miljoen zojuist begonnen is, en je bedenkt dat de semi-gristenen meer aansluiten bij je verlangens, wensen en behoeften dan de liberalen, ja dat kan.

Prima. Het zij zo. Het volk slikt alles. Kijkt toe. Zucht diep. En gaat door.

De Gemeente straalt elke dag vertrouwen uit. In zichzelf, in de toekomst. Vertrouwen kan ook een vorm van zelfvertrouwen zijn. Een te grote vorm van zelfvertrouwen. Je overziet dan ‘kleinigheden’.

Ergens in een buitenwijk van je periferie heb je nog een stukje grond over. In totaal zo’n 145 hectare. Best veel. De bewoners van deze pas opgerichte wijk heb je door de jaren heen al veel leefgebied ontnomen. Opgejaagd door private partijen (of was het toch één Partij) nam je besluiten die het leefgebied van je melkkoetjes die braaf de WOZ betalen inperkten en inperkten.
Er moest iets ‘anders’ bedacht worden; een zoethoudertje. Het stuk groen aan de buitenkant van de wijk kan prima gebruikt worden voor het uitlaten van de geliefde huisdieren. Een stukje groen terug geven aan hen die het ontnomen is.
Met zijn allen stel je een plan op, je schakelt buurtbewoners in, je laat ze “meedenken” met een nieuw recreatieplan. De burgers zijn blij, enthousiast, doen mee. Meedenken Over De Laak. Een landschapsbureau wordt ingeschakeld. Een website wordt gebouwd, inloopavonden georganiseerd, er wordt geflyerd. Kosten noch moeite wordt gespaard om dit tot een Groot Succes te maken.

2016: een mooi jaar. Een inspirerend moment. Maar de waarheid is hard, meedogenloos. Alsof Frank Underwood zijn kwade genius laat schijnen.
Het blijkt dat de heren van de Gemeente vergeten zijn dat van de 145 hectare zij ‘slechts’ 38 hectare in eigendom hebben (voor een schappelijke prijs afgestaan door het noodlijdende ‘Portaal’). En dan blijkt dat de overige 86 hectare, juist die van de private eigenaren, een struikelblok vormen. De ‘private eigenaren’ willen maar één ding: geld, veel geld, heel-veel-geld.
De Gemeente had daarover even niet nagedacht. En nu? Nu liggen alle plannen in duigen, onder vuur, een impasse. Niks groen, niks bos, niks honden-uitlaat-gebied, niets recreatie-plaats. Nee, huizen, woningen, dat levert geld op. Keiharde fucking euro’s.

En nu komen er twee visies: de ontwikkelingsvisie van de grondeigenaren (huizen maken is geldzaken), en die van de gemeente (groen, groen maar geen poen). Natuurlijk die 86 hectare is te koop: reken maar uit 86duizend vierkante meter maal 100 euro (ongeveer). Gezien de slechte financiële positie van de Gemeente, de jarenlange en voortdurende strijd om het verlieslijdende vinexwijkje; daar komt niets meer uit.

Maar bovenal: Bovenstaand was te voorzien, lijkt mij. De Politiek strooit voor de zoveelste keer zout in de ogen en wonden van de bewoners. De bewoners die iets moois van hun wijk willen maken. Jammer dat telkenmale de ‘politiek’ (met al die overlopers) een kortzichtige visie hebben en op die manier goed voor zichzelf zorgen, maar niet voor de stad waarvoor ze gekozen zijn. Vroeger, heel vroeger (ja, toen alles beter was), toen de politiek dicht bij ‘zijn’ mensen stond had de bevolking spandoeken gemaakt, gemarcheerd naar het dorpshuis: ‘amateurs!’ zou er met dikke vette letters op de hagelwitte lakens gestaan hebben. Maar tegenwoordig, in de razendsnelvibrerendekoelkoeldampende hoge snelheids tijd zijn er ander Problemen. Echte Problemen.
Dus ik ben supervetblij dat vandaag de wielklem die hardnekkig niet te openen was, met een simpel drupje olie zich weer gewillig liet openen. De tenttrailer kan weer rijden! Vette shit man!


http://bit.ly/1pocFxk Vathorst-Noord krijgt natuur, recreatie en volkstuinen (2015)

http://bit.ly/1pLAzUe Over de Laak

nog meer dan minder

ArtieekelMaanden zat hij opgesloten. Kreeg geen lucht. Geen vrijheid. Kon niet zeggen wat hij wilde schreeuwen. Er was ook geen echte aanleiding. Af en toe een speldenprik via de sociale media. Laf en zo makkelijk.
Maar nu was IETS ERNSTIGS gebeurd. De oorlog was uitgebroken. De oorlog waar hij al zoveel jaren over rept. Die zijn eigen vrijheid inperkt.

Ongeduldig zit hij te wachten. Zijn voet hipt snel op en neer, zijn pen klikt open en dicht. Zijn mobieltje trilt enthousiast. Spanning in zijn lijf. De vrouw roept zijn naam. Hij zucht. Staat op.

De goudgelokte haan loopt naar het spreekgestoelte en begint aan de voor hem geschreven speech. Woorden als dodelijke kakkerlakken slingert hij de zaal in. De schuldigen zitten daar en daar en daar. Dat hij, als goedgebekte spreker, al zoveel jaren onderdeel van hetzelfde kippenhok is, wordt voor het gemak vergeten. Hij ziet de mannen en vrouwen in de zaal angstig kijken. De vertwijfeling in hun ogen, de vraag om wel of juist niet te reageren op zijn dodelijke woorden. De goudgelokte spreker gaat verder over gevaar, haat, geloof, moord en doodslag. Wijst, via de voorzitter, de schuldigen aan. Als geen ander weet hij hoe het spel te spelen. Hij glimlacht als iemand opstaat. De Gevallen Rode Leider Hij mompelt wat in de microfoon. De spreker, hoort hem niet, weet al wat hij gaat zeggen: het is een zieke geest die dat zegt, voorzitter.

De giftige pijlen zijn nog niet op, hij heeft die zes minuten en die zal hij gebruiken ook. Een gristen staat op, jurist van huis uit, en zegt iets over dat de spreker al 10 jaar boos is en dat zal blijven.

“Uw tijd is voorbij, u telt niet meer mee, u bent niets,” antwoordt de spreker. Tevreden kijkt hij rond. Al die sukkels voor hem zijn stil. De inhoud van zijn onderbuik heeft hij uitgekotst. Vandaag was het zijn dag. Zijn momentum.

Hij doet een stap terug, bedankt de voorzitter voor de tijd en waggelt terug naar zijn stoel, die hij al zoveel jaren koestert. Een high-five met zijn speech-schrijver. Zo dodelijk waren zijn woorden nog nooit geweest. Zo succesvol. De kanslozen zullen weer op hem stemmen, al is het maar in de peilingen. Hij laat de anderen uit de zaal spreken en spreken. Hij doet niets, reageert niet op hun woorden. Niet nodig. Ze zijn te min. Niet de moeite waard.
Hij weet dat De Media zijn bijdrage uitgebreidt zal weergeven. Hij grimlacht. Wat de anderen in de zaal ook gaan zeggen, zij zullen geen Radio of Televisie tijd krijgen.

Maar één ding weet hij zeker: echte verantwoordelijkheid zal hij nooit nemen. Gepokt en gemazeld door het systeem weet hij dat hem dat niets zal opleveren.