Doe Maar een Rosso voor mij

Het veld ligt buiten te genieten van de regendruppels die gestaag uit de hemel komen vallen. Binnen is het rood en roze.

Gelredome, 13 oktober 2012. Symfonica in Rosso featuring Doe Maar.
Opgewarming door DVDJ  Harry de Winter met zijn weergeloze 40up video show. Een ouwerwetse TV in de lucht met al die ouwerwetse clips. Maar wel met DE Harry de Winter, de man van IDTV. Leroy Gomez, Earth Wind & Fire, Tina Turner. Zwart wit en nostalgisch.
De perfecte opmaat naar DE avond met Henny Vrienten, Ernst Jansz, Jan Hendriks en Jan Pijnenburg. Zij die in de jaren tachtig de nederpop een oplawaai gaven: Doe Maar.
De Gelredome stroomt langzaam voller dan voller, liever dan lief en dan begint het. Alle hits, alle tracks van al hun albums komen voorbij. Voorzien van wat violen, trommels en trompetten en bugels.
Het publiek zingt alles mee, drinkt alle glazen bier, wijn, fris leeg. En is vooral rood van opwinding. Iedereen voelt zich weer jong en geil en heet. En geniet weer van de mannen die hun vaders had kunnen zijn. Toen al. Nu ook. Bizar.

Gasten zijn er ook: Henkie Westbroek en Henk Temming. Je merkt: zij zingen nooit meer. Matig van stem, matige performance. Maar de nostalgie wint: vriendschap is een illusie (dat gaat voorbij), een pakketje schroot… Ach vul maar in.
Frank Boeijen komt komt ook nog langs: zijn stem is krachtig en weet het einde te halen. En Nol. Nol Havens met zijn Suzanne: alsof de tijd heeft stil gestaan.
En dan natuurlijk, het kan niet anders: Gers Pardoel. Is het alleen maar omdat Top Notch, de maatschappij van Gers, de Doe Maar tracks heeft opgepoetst en Pardoel pardoes ‘Liever dan lief’ gaan rappen/zingen. Leuk. Hollands, knus.

Wat kun je van zo’n nostalgische avond zeggen? Doe Maar doet een kunstje, weet niet echt de zaal te boeien of in te pakken. Tja we zingen mee, we schreeuwen mee. Het is meer de herinnering dan de emotie. Het is: zij staan daar, wij staan en zitten hier. Ik mis de spontaniteit, de interactie tussen de bandleden. Je kijkt naar een stel ouwe mannen die hun pensioen veilig stellen.
Niets op tegen, zeker niet: ik heb een onwijs leuke avond gehad. Maar als muziekliefhebber zie ik toch ook heel graag een keer Coldplay met een verfrissende moderne show die je de strot pakt en aan het eind van het concert in de hoek sodemietert.

Zoiets.

Maar voor degeen die nog kunnen en moeten: Doe Maar in de Gelredome, en ook de tournee daarna: doen!
(nu het nog kan)

is niet meer..

Vrijdagmiddag loopt hij nog vrolijk naar zijn hok, neemt wat te eten en gaat na een drukke dag lekker in het verse stro liggen. Of er toen iets gebeurd is, weet niemand, maar een beetje stilletjes is hij wel geworden, toen. De volgende dag, zaterdag, is er nog weinig beweging in hem te bespeuren. Niks eten, beetje drinken, maar voor de rest schuilen onder zijn schuildakje. Hij heeft wel vaker zo’n dag dus de verwachting was toen: dat komt wel goed.

Maar dat heeft niet mogen gebeuren. Hij verzwakt eigenlijk met het uur. Het lijkt wel een soort verlamming die op zijn achterpoten slaat en moeizaam en ongecontroleerd gaat hij zitten om weer snel gestrekt te gaan liggen. Een beetje zorgen maken we ons. Zondag maar de spoeddienst bellen en kijken wat er aan het handje is.

Even voor twaalf uur, bijna zondag, een paar korte stuiptrekkingen. Ik haal zijn schuildakje weg en streel zijn koude lichaam. Zijn ijskoude oren voelen niet goed aan. Langzaam voel ik zijn hartslag verdwijnen en blijft hij roerloos onder mijn hand liggen. Nog even een stroom bloed en gal stroomt uit zijn bekje en dan is het einde oefening. Net 4 jaar en nu heeft Valentino besloten om over die beruchte regenboog te springen. Wat miljoenen van zijn soortgenoten al hebben gedaan, doet hij op zaterdag 16 juni 2012 om 23.50. Zijn aardse konijnen leven eindigt hier, maar gaat daar verder.

Hij huppelt nu vrolijk rond in het groenere gras, met nog lekkerdere kruiden, met nog mooiere konijnenmeisjes.

Vier jaar is hij onderdeel geweest van ons huishouden. Die kleine rooie rakker, het baasje met zijn stoere pootjes. Ik zie hem nog staan op de leuning van de bank. Parmantig kijken: dat is allemaal van mij. En zo was het ook.

Nooit meer het rammelen aan zijn hek om aandacht te trekken, vijf uur in de ochtend: ik wil eten. Nooit meer ruzie maken met mijn pantoffel. Nooit meer tussen mijn benen door rennen, een achtje maken: daar heeft Valentino geen konijnenfluisteraar voor nodig. Nooit meer de ‘likes’ en de commentaren op zijn foto’s op flickr.  Geen tweets meer van Valentino. Geen vakantie meer met hem. Geen sjans meer met een paard of de zorgzame Belg die hem uit de regen hield: “awel, iek dacht ik trek Valentino een zwembroekske aan, maar toch besloot ik hem onder den vouwwagen te zetten.”
Nooit meer het “voor Valentino heb ik altijd tijd” van de dierenarts die hem zo bijzonder vond.  Nooit meer het nachtelijke gerommel in zijn hok, strootjes goed leggen, knabbelen van het hooi. Nooit meer het slurpen van het water. Het stampen omdat er een muisje op het balkon rondloopt. Of een verdwaalde vogel. Of gewoon zomaar, omdat hij dat leuk vond. Nooit meer het huis verkennen, het balkon, kijkend naar de ruziemakende rietkip.

Maar,  konijnen zijn rare en vooral tere wezens, zo huppelt hij rond, het volgende moment niet meer: dood. Oorzaak? Kan van alles zijn.

Vanochtend hebben we hem begraven. Een mooie plekje midden in de natuur met zon in de namiddag.

Hoe gaat dat versje ook al weer: treur niet om mij, ik ben niet dood, ik ben er nog. Ik ben de plotse windvlaag in je gezicht. De bliksemschicht aan de hemel, de ster die twinkelt. Ik ben niet dood, ik ben er nog. Ik ben er nog. Altijd.

Valentino Rossi, van het ras Thrianta. Levensverwachting vijf tot zeven jaar. Onze Valentino is vier jaar geworden. Het liefst, het liefst had ik hem nog een tiental jaar bij mij gehouden. Het mocht niet zo zijn.

Dag lieve lieve gekke Valentino. Maak er wat moois van.

tien jaar later

Nederland staat vandaag even stil bij de dood van PimF. De terugkerende vraag is ‘waar was jij toen?’ Ik heb daarover nagedacht en eigenlijk weet ik het niet meer zo duidelijk. Ongetwijfeld thuis of op kantoor. Het was immers een uur of zes ’s avonds dat ‘het’ gebeurde.

Wat ik mij wel heel goed kan herinneren is de dag daarna. Zeven mei 2002 was een warme, zonnige dag. Ik fiets door Hilversum, Emmastraat, en wat mijn toen is opgevallen is de onaardse stilte. Onwezenlijk eigenlijk. Alsof het land even stil staat bij een gebeurtenis die niet zo zeer diepe wonden slaat maar wel het besef geeft dat het veilige suffige Nederland met één geweerschot ‘volwassen’ is geworden.

De stille hoop dat alles ‘anders’ zou worden. Maar nee, het land is voor een tijd verdoofd. Staat stil en pakt dan de draad gewoon weer op. Blijkt later. Natuurlijk PimF heeft geroepen: ik zeg wat ik denk. En opeens denkt iedereen te moeten zeggen wat hij of zij denkt. En daar gaat het, soms, een beetje fout. Het hangt er erg vanaf wie er zegt wat hij of zij denkt.

Tien jaar later zitten wij met een soort halfbakken erfenis van PimF en zijn flamboyante wind. Is DiederikS de linkse uitvoering van PimF? Waarom niet. Zie ik DiederikS dan zie ik een losgeslagen zeehondje die nerveus zijn puntjes probeert te scoren. De ervaren zeehondencoach geeft niet thuis. Wordt wellicht niet door DiederikS getolereerd. Immers, nu is zijn momentum, nu is de tijd om toe te slaan.

Tien jaar geleden stond Nederland één dag stil. De politieke zorgen zijn nu omgeslagen in economische zorgen. En de politiek durft nog altijd niet die maatregelen te nemen om de economie echt uit de recessie te halen. Wie zegt er tegenwoordig nog wat hij of zij denkt?