Oostduin (1)

/1/

De kamer is sluimerend deprimerend. Een peertje verlicht de oude houten tafel met zijn zwakke schijnsel. De onbestemde kleur op de muur kleuren sinister. De ruimte heeft niets te bieden dan een paar stoelen, een gescheurde oude bank. De knipperende tl-lamp boven de formica keuken zegt dat de bewoner zelden kookt. Rottend eten op het keukenblad. De zoete geur zweeft door de kamer.
Hij realiseert zich dat er geen weg terug meer is. De Vrouw is er. En niet voor haar lol.
“Stef, het is mooi geweest, je moet dokken.”  Haar stem is donker en dreigend. Zij kijkt hem aan. Zijn schichtige sombere ogen, bleek gezicht, mager en uitgeleefd.
“Ik heb geen geld, dat weet je,” zijn stem, ooit zacht, zwoel en zangerig, klinkt nu dun en rauw. Zij schudt haar hoofd. Streelt de binnenkant van zijn arm, voelt de ontelbare schade. Sporen van een verwoest verleden en toekomst.

Ze staat langzaam op en loopt naar hem toe. Haar blik valt op Josep, haar bodyguard, wachtend in het kleine halletje. Hij knikt haar toe, een goedkeuring zo lijkt het.  Haar vingers glijden over het tafelblad, de arm van Stef, over zijn schouder. Ze laat haar handen in zijn nek rusten, masseert het zachtjes.
Stef zucht zachtjes: “Voelt vertrouwd, Syl. Jij en ik.” Ze kijkt naar buiten en ziet zichzelf weerspiegelt in de doffe ramen.
“Zo was het vroeger Stef, lang geleden, toen ik je nog vertrouwde.” Ze voelt de zenuwen in haar keel. Haar hart klopt. Geen idee waarom. Langzaam knikt hij.
“Ik heb je teleurgesteld, ik weet het,” klinkt het zacht en kwetsbaar, “geef me nog een kans, alsjeblieft.”
“Daar is het te laat voor, mijn lieve lieve Stef,” ze sluit haar ogen, het vlindermes glijdt in haar vingers.
“Snoepen van je eigen koopwaar is niet slim, dat weet je,” zegt ze.
“Ik had een moeilijke periode. Ik was even de weg kwijt,” een snik in zijn stem. Ze hoort hem aan maar ze weet dat het moet eindigen. Ze moet weer controle krijgen over de wijk. Haar wijk. Ze brengt het lemmet naar zijn hals. Drukt zachtjes in zijn hals.
Het lemmet snijdt door de huid van zijn hals. Ze verbaasd zich erover hoe simpel het gaat. Dan een kleine stagnatie, zijn strottenhoofd.  Ze zet iets meer kracht en voelt de warmte van zijn bloed over haar handen vloeien.  Zijn hoofd valt langzaam naar voren. Ze legt het op de tafel, die gelijk rood kleurt. De opwinding in haar lichaam verbaast haar. Doden was niet haar ding. Dacht ze altijd. Het lichaam van de jongeman schokt lichtjes. Zijn mond vormt een woord. Zij hoort het niet.
Haar vingers glijden door zijn haardos. Een mooie jongen, denkt ze.

..//..

Verboden Vruchten

De stoel is warm en zacht. Ongewoon voor een bioscoop, denk hij. Maar ja, hij is al in geen jaren in zo’n zaal geweest. Jaren illegaal downloaden van films en series hebben hem nooit de behoefte gegeven een kaartje te kopen.

Maar zij wel, Belle. Vriendin. Ze zijn een maand of vijf samen. Hij kijkt naar haar en ziet hoe het flikkerende licht van het filmdoek de zachte vormen van haar gezicht accentueren. Ze kijkt naar hem en het licht weerkaatst in haar donkerblauwe ogen. Hij laat zijn ogen langs haar lichaam glijden. De contouren van haar decolleté. Haar borsten gevangen in een modieuze blouse van de Zara.

Zij is veel te jong voor hem, dat weet hij. Maar sommige gebeurtenissen in het leven heb je nu eenmaal niet in de hand. Liefde bijvoorbeeld. Of dood. Zijn vrouw, Myryam, is drie jaar geleden overleden. De liefde van zijn leven heeft de strijd tegen een ziekte die niet te genezen is verloren. En Belle is langs gekomen. Om voor haar te zorgen. En hem te ontzorgen. En Belle is gebleven. Vaker. Langer. En na het overlijden en een periode van intens verdriet is Belle blijven slapen. “Ze is een verboden vrucht, kerel. Alleen maar kijken, niet aanraken,” hebben zijn ze vrienden in koor gezegd.

Maar de zon is weer toen weer gaan schijnen. Niet meer zo uitbundig, maar toch. Hij voelt hoe haar vingers zijn vingers omhelzen. Hij kijkt naar het filmdoek en ziet een tekenfilm. Een man op een eiland. Met een rode schildpad. Belle houdt van kunst en hij heeft deze film uitgekozen. Niet omdat de film hem zo aanspreekt, maar omdat het lekker kort duurt. Negentig minuten.

De zaal is halfvol en iedereen kijkt geconcentreerd hoe het verhaal zijn einde nadert. De aftiteling begint en hij wil opstaan. Belle houdt hem tegen en fluistert dat ze toch echt de aftiteling wil zien. “Om de sfeer van de film helemaal de mijne te maken,” fluistert ze in zijn oor. Hij glimlacht en laat zich terug zakken in het rode pluche.

Langzaam gaan de lampen aan en het publiek slentert naar de uitgang. Zij loopt voor hem en hij ruikt haar subtiele parfum. Hij snuift haar verleiding en hij verlangt naar haar naakte zachte lichaam. Hij denkt aan de woorden van Joost Zwagerman: mijn tong trekt lijntjes langs je lippen, totdat ik mij zachtjes vastzuig aan waar jij het liefste wil.

In de lobby laat ze hem los en loopt achter de andere dames naar het voor hun ingerichte toilet. Eindelijk, denkt hij, eindelijk kan ik naar buiten. De draaideuren brengen hem in de koele april avondlucht. Trillend glijdt zijn hand in de rechter jaszak en haalt het pakje tevoorschijn. Het donkerblauwe pakje met de helm en vleugels. Behendig brengt hij het naar zijn mond en haalt er zijn papieren vriend eruit. De sigaret. Het ultieme nicotine verslavende genot waar hij de hele avond zo naar verlangd heeft. De aansteker brengt het uiteinde in vuur en vlam. Hij inhaleert diep en zuigt de nicotine naar binnen. Door zijn mond, zijn keel. Zijn lichaam. De rust keert weer, het verlangen is voor even gestild. Als we het over verboden vruchten hebben, dan is dit er zeker één, denkt hij tevreden.

capo di capi

Het plan had een lange denkfase maar snel geschreven. Een multifunctioneel sportcentrum voor fitness, fietsen, flaneren, seminars, horeca. Aan de rand van het dorp, een modern gebouw, met een regionale uitstraling. Ik had geen moeite om een commercieel verhaal op te schrijven. Verkopen doe je via woorden die bijblijven.

De brief van de wethouder begreep ik niet. Mijn plannen tot de bouw en exploitatie van het fitness centrum waren zo simpel dat er geen discussie over mogelijk kon zijn. De vergunningen waren rond, de bouw kon beginnen.

Een avond eerder die week in het café bracht enige twijfel toen ik vertelde dat ik bij de wethouder langs moest. Het leek wel of het stil werd. Iedereen knikte instemmend: zo, de wethouder wil je spreken.
Is dat een slecht teken, vroeg ik.
“het is maar hoe je het wil bekijken,” de kroegbaas schoof nog een pintje naar me toe,  “maar meer vertel ik niet. “
Ik sliep onrustig. Had ik iets gemist?

De vrijdagmorgen was koud en fris. De eerste kou van het jaar. Licht bevroren autoramen, de rijp op de bomen. Het dorp zag er vredig en uitnodigend uit.
Ik betrad het gemeentehuis en meldde mij bij de balie. De meid achter de balie keek mij belangstellend aan. Ik kwam voor wethouder van R. Ze knikte en of ik van het nieuwe fitness centrum was. Ik zei ja en ze zei leuk. En of ik even plaats kon nemen op de stoel tegenover haar. De wethouder had nog wat te doen.
Het gemeentehuis ademde rijkdom en historie uit. Ik voelde vertrouwen en respect. Het zacht gevooisde Limburgse accent was nog wel een puntje van gewenning. Als geboren en getogen westerling had ik soms een vertaalcomputer echt wel nodig.

De wethouder liet op zich wachten, maar drie kwartier haald hij mij persoonlijk op. De meid achter de balie knikte bemoedigend. Was dit nu het zuidelijke temperament?
Zijn kamer was groots, ouderwets, met veel mahoniehout en volledig over de top. Hij gaf me weer een hand en zijn ogen achter de handgemaakte Rodenstock stonden vriendelijk. Hij bood me koffie aan en een stoel.

Of ik begreep waarom ik bij hem moest komen? Hij leunde op zijn ellebogen en met priemende ogen keek hij mij aan.
“Ik heb een vergunning aangevraagd voor de bouw en start van een sportschool,” antwoordde ik naar eer en geweten.
“Juist, kijk dat is heel mooi voor onze stad. Een echte aanwinst, want ik heb uw plan goed doorgelezen en het zou fantastisch zijn als uw plan ook daadwerkelijk uitgevoerd zou kunnen worden,” onafgebroken bleef hij mij aankijken.
“U zegt zou kunnen worden, ik dacht dat alles in orde was en ik kon beginnen met de bouw van,” zijn antwoord gaf de sfeer een vijandige draai aan de sfeer.
De man tegenover mij knikte bevestigend.
“Wij hechten zeer aan onze gemeenschap en het welvaren, begrijpt u,” hij leunde achter in zijn stoel, “dat houdt in dat wij onze gemeenschap het voordeel geven.”
Ik keek hem aan, wat bedoelde hij? Voordeel van wat? Van twijfel?
“Wij zien graag dat u gebruik maakt van onze lokale kennis en vakmanschap.”
“Dat wil ik wel, maar uw lokale vakmanschap is drie keer zo duur dan anderen,”  antwoordde ik snel en scherp.”
Hij keek mij aan. Knikte.
“Ja, ja, maar dat zijn lui van het westen, ik geef u een naam en daar gaat u gebruik van maken,” en hij schoof mij een goedkoop vistaprint kaartje toe.
Ik pakte het op, bekeek het, “bouwbedrijf de goede geus, de beste keus” las ik en ik moest lachen. Zat ik nu echt in een slechte film?

“U kunt dit niet menen, dit is het bedrijf van uw euh neef?” mijn verbazing sloeg een octaaf aan op mijn stembanden.
“Mijn zoon, om precies te zijn,” hij glimlachte minachtend, “het is beter voor u om daar gebruik van te maken.  En het feit dat er zo’n tienduizend contant betaald dient te worden.”
Ik proefde de koffie, schudde mijn hoofd, schudde mijn hoofd. Ik was verontwaardigd.
“Ik ben geschokt, u zegt dus eigenlijk maak hier gebruik van of anders geen deal?”.
“Mijn waarde vrind, dat zijn uw woorden, maar wel de juiste gedachte.”
Langzaam stond hij op, liep om zijn bureau en ging op de rand zitten: “het werkt heel simpel, dit is heen goede partner voor u, voor mij, voor de stad, voor de toekomst van u, uw vrouw en uw kinderen.”
Hij had zelfs het lef mijn gezin erbij te betrekken.
Ik stond op:” U heeft lef, om zo ver te gaan en zo diep te vallen.”
“Ach, waarde vrind, ik doe al veertig jaar op deze manier zaken en die vullen mijn zakken heel goed.” Hij lachte om zijn eigen grapjes. Ook dat nog. Schaamteloos was hij ook nog.

Ik stond op en liep naar de deur.
“Denk goed na. Het is hier in deze stad of nergens anders, mijn netwerk bestrijkt gans Limburg.”
“en als ik doorga zoals ik in mijn plannen beschreven heb?”
“Tja, u kunt doorgaan, maar of er toekomst is, dat is niet aan mij,” hij keek me aan, ik voelde de arrogantie van de macht.
“dus het is dit of niets, hier in uw mooie dorp?”
“Stad, stad, mijn waarde vrind, zonder mij ben je nergens.”
“U lijkt wel een capo di capi,” ik draaide me om en keek hem recht aan, hij lachte en knikte verlegen.
“Jong, doe moogs miene hondj nog neet zeen,” beet ik hem toe en verliet zijn kamer. Ik groette de meid achter de balie. Ze glimlachte: “ik zal me zeker aanmelden bij je sportclub. Ik ben dol op body-pump.”

Buiten haalde ik diep adem. Dus zo ging dat dus. Welkom in de grote wereld.