Een westerling in Wommels (3)

Terwijl Steve Winwood door de speaker zingt, bedenk ik mij opeens dat de tijd snel gaat. In november 2019 van Amersfoort naar Wommels verhuisd. Van het midden in het land naar het Fryske Gea. En doordat de corona perikelen langzaam opdrogen en wij met zijn allen op weg zijn naar een soort van nieuw normaal, hoor ik op Waterstad FM, de lokale Friese radio zender, de file informatie.

Dat doet mij beseffen wat ik hier in Friesland mis, of juist niet. De file informatie. Onwerkelijk om te horen dat de file lengte op een dag 300 kilometer is.
Was in Amersfoort de dichtstbijzijnde aan de overkant van het veld, de A28 richting Nijkerk of naar Utrecht, het was om het even.
De dichtstbijzijnde file hier in de buurt is die op de Afsluitdijk. En die zal verdwijnen zodra de werkzaamheden daar gereed zijn. Het was een rare gewaarwording om te merken dat de file geen aandachtspunt voor mij (meer) zijn.

En zo zijn er nog meer verschillen met het wonen in het Midden Van Het Land en het wonen in Friesland. Wat te denken van de rust en de ruimte. De sterrenhemel die elke heldere nacht indrukwekkend is. De schonere lucht die ik elke dag inadem. Maar ook de saamhorigheid in een kleine gemeenschap als Wommels. De kaatsclub, de fanfare, het buurthuis waar altijd wel wat te doen is.
Maar ook de bedrijvigheid, het werk aan de tuinen dat met veel maaien gepaard gaat, de tractoren die met hoge balen stro door het dorp rijden. En o ja, niet te vergeten de F 35 die van vliegbasis Leeuwarden soms over komen vliegen.
Om tot de ontdekking te komen dat de F35 toch een bak meer herrie produceren dan de afgedankte F 16’s.

Natuurlijk merken wij ook hier dat de huizenprijzen stijgen. Dat huizen in de verkoop snel van de hand gaan. Vooral in steden als Leeuwarden en Sneek. Door het thuiswerken en de bereikbaarheid van het midden van het land komen meer westerlingen erachter dat wonen in het Noorden, zo gek nog niet is.
Maar wennen zal het wel zijn. De notaris in Bolsward zei ons, toen wij de overdracht deden, dat hij wel meer westerlingen zag komen.
“Dan gaan ze in Pingjum wonen, in de middle of nowhere, om er later achter te komen dat er niets te beleven valt. Om vervolgens gillend terug te keren naar Amsterdam.”

Dat zal ons niet gebeuren.

Over Epke

In april 2020 ben ik op de aarde terecht gekomen. Moeder Dinte en vader Bear zaliger zijn hier verantwoordelijk voor. En natuurlijk Jansje, baasje van Dinte, zonder haar was ik er natuurlijk ook nooit geweest.

Toen ik oud genoeg was, toen Dinte ook genoeg van mij had, kreeg ik een nieuw huis. Ik bleef in Friesland, want daar hoor ik thuis. Vind ik zelf.

Het is een fijn huis, want alles wordt voor me geregeld: eten, slapen, drinken, knuffels, speeltjes. Ik ging op cursus, ik zag andere hondjes. Dat was indrukwekkend, en dat was wel leuk. Beetje dollen in het veld. Een kunstje leren en goed luisteren.
Toen was het een hele tijd stil. Geen cursus. Baasjes waren de hele dag thuis. Kennelijk was in het mensen land iets aan de hand.

Ondertussen groeide ik als kool en woog als snel 35 kilo. De dierenarts vond dat prima. Ik word vaak meegenomen op patrouille door het dorp waar ik woon. Er is veel te beleven, veel te ruiken. Ik zie ook boten voorbijkomen.
Ik kom ook wel eens andere honden tegen. Zelfs Wetterhounen, dat is het leukste. Maar nu ik wat ouder word vind ik dat allemaal minder spannend. Leuk hoor, maar laat mij maar lekker struinen en snuffelen.
Na lange tijd ging ik weer naar school, maar dat was geen succes. Ik werd als ‘die zwarte hond’ aangesproken en ook nog ‘Friese dwarskop’. De Vrouw was woedend en ik ging naar een andere school.
Daar is het veel beter, daar leren ze tenminste dat de mensen mij begrijpen en ik moet niets. En zo leer ik het beste om een goede Wetter te zijn. En geen Peter Pan. Het is ook reuzefijn om de mensen te begrijpen en zij mij.
De juf op school zegt wel dat ik een energieke Wetter ben. Ik weet niet of dat nu een compliment is of niet.

Ik heb geen oudere Wetter bij me die dat allemaal kan leren, want wat zijn mensen ingewikkeld zeg.
Nu ik wat ouder aan het worden ben kan ik mijzelf ook wel redden. Laat mij maar lekker mij gang gaan. Ik hou de baasjes in de gaten, want zonder hen zou ik nergens zijn.
Ik bewaak het erf. Vooral die dikke zwarte kat van de buren, die moet niet te dicht in de buurt komen, dan laat ik even horen wie de baas is.

Eten is ook wat ik graag doe: in het begin kreeg ik brokken, maar op een gegeven moment was ik daar wel klaar mee. Nu krijg ik lekker rauw vlees als pens, hart en rundvlees, met kleine brokjes. Dat is pas smullen. Als ik het op heb, kan ik lekker mijn bek aflikken en ga ik fijn in het gras liggen rollen. Lekker chillen!

Dan ga ik met De Man op patrouille. Meestal bepaal ik de route en als we lang onderweg zijn, weet ik het soms niet meer dan zegt De Man: “Kom Epke, het is weer mooi geweest we gaan naar huis.” Dat vind ik ook fijn. En loop ik lekker naast hem terug naar huis. Met mijn tong uit mijn bek in een sukkelgangetje.
Thuis krijg ik altijd een dikke knuffel. Kennelijk vinden ze het leuk dat ik zo braaf meega.

En ’s avonds ga ik mee naar boven en slaap ook op de slaapkamer. Heel vaak naast het bed en soms kruip ik even bij de Mensen op bed. Lekker warm en knus.

Door het bos wandelen vind ik het leukst. Lekker door de bladeren rommelen, takjes meenemen, tegen bomen pissen. Heerlijk. Het is dan wel van belang of ik linksom of rechtsom mijn plas doe.

Open vlaktes vind ik nog een beetje spannend, kruispunten in het dorp, op het strand of wad. Want dan kan ik zoveel zien en ruiken en zo ver zien. Tjonge dat moet ik nog een beetje leren.

Wat wil je later worden, vragen ze wel eens. Misschien dat ik wel de jacht leuk vind, maar snuffelen vind ik ook heel leuk en maakt mij blij.
Maar wie weet ga ik ook meehelpen om het Friese Wetter ras in stand te houden. Dan moet ik ooit nog eens een leuk Wetter teefje tegenkomen. Maar daar moet ik nog eens goed over na denken.

Tot nu toe heb ik een geweldig Wetter leven.  Ik ben een blije hond. Nu ga ik weer lekker slapen.

Een westerling in Wommels (2)

Wommels is onderdeel van de gemeente Sudwest Fryslan. Het ligt langs de oude snelweg naar Sneek en in principe ben je binnen anderhalf uur in, bijvoorbeeld, Amersfoort. Kortom: het hoge noorden: dat valt wel mee.

En wat kom je hier tegen? Jaren tachtig auto’s met gele koplampverlichting. Opel Ascona’s, Daf 66. Soms lijkt het wel of ik in een tijdmachine ben gaan staan. Maar dan is daar een Dodge Ram 1500 om weer terug te keren in 2020.

Wij hebben een woning dat gebouwd is in 1955. Oud dus. En het heeft onderhoud nodig. Ik zeg: welkom in de wondere wereld van de professionele klussers. En ook het verschil met waar wij vandaan komen (033). “Je hebt het niet nodig, dus ga ik het niet verkopen,” krijgen wij te horen als we iets opperden dat naar teveel luxe riekte.

Geen fontein in de de kleine wc. Maar wel praktisch meedenken om verbeteringen aan te brengen. Maar ook wanneer de installateur belt: “Zeg ik sta bij de groothandel, maar welke cv ketel had ik op de offerte gezet?” Om vervolgens dat apparaat vakkundig op te monteren. Of dat hij zonder enige moeite de hart maat ziet van de douche kraan: “12 centimeter” (ik kan beschaamd de rolmaat opbergen).
Ook het dak heeft enige verbetering nodig. We willen graag geglazuurde dakpannen.
“O ja, VDV’tjes dus,” zegt de de vakman die dat voor ons gaat regelen.

Voordat wij in de woning gingen wonen waren de schilder en de parket boer al bezig geweest. Tot groot genoegen van de buurt: het huis had al lang genoeg leeg gestaan.

En zo liepen er een tijd lang allerlei mannetjes rond die de woning weer aanzien gaven. En, niet onbelangrijk, woongenot.

Met de aanschaf van het Wommelse huis kregen wij er ook een tuinman bij. Hij komt een paar keer per maand met zijn draadloze grasmaaier, heggenschaar en kantjesknipper langs om de tuin weer strak in het groen te zetten.

Wij wonen hier nog wel een tijdje.