vieniks (2)

Er is altijd vraag om meer in de vieniks. Het ultra-moderne en ruim gesorteerde winkelcentrum is nog niet van kleur veranderd of de vraag om een ‘week-markt’ borrelt op. Eerst moest ik googlen wat een ‘week-markt’ is. Blijkt gewoon een markt te zijn, met kramen en mannen met kaas en dooie kippen.

De markt is meestal een gebeurtenis welke één keer per week langskomt. De weg wordt afgezet, de kramen uitgestald, parkeerterrein onbereikbaar. Van vroeg in de ochtend tot net na de middag rijden de visboeren binnen, de bloemisten, de (plof)kipfiletmannen, de kledingstukkenmannen, de groentenboer. En natuurlijk de patatboer. Geen markt, zonder vers gemaakte en gesneden patat frieten. Met hele vette mayonaise. Zo als het hoort.
De vieniks wil ook zo’n weekmarkt, met alles zoals hierboven maar dan met turks, marokkaans of surinaams ervoor. De vieniks is namelijk een exotische plek. Maar met al die afzettingen en onbereikbare kinderdagverblijven (die zijn er erg veel in de vieniks) zal de week-markt met enige scepsis onthaald worden.

En een weekmarkt kost geld. Wist ik ook niet. Ik dacht; je huurt een kraam, slacht wat kippen, plak een snor op, praat met harde dikke g en verft je haar pikzwart. Je gaat naar het parkeerterrein, gaat staan en verkoopt je traditioneel geslachtte kipfilets. Het schijnt toch anders te gaan. De gemeente moet meebetalen. En vooral mee-beslissen.
De met veel pijn en moeite aangetrokken winkeliers in het vienikswinkelcentrum zitten ook niet te wachten op één dag kostenderving: het is al moeilijk genoeg om rond te komen. En zeker als ‘Don’ Albert Heijn zijn veto erover uitspreekt, kunnen alle vieniksbewoners op hun achterste benen gaan staan: de week markt komt er niet.

Een weekmarkt kan pas als een dorpskern volwassen is geworden. De vieniks is nog een jong wild veulen dat hier en daar getemd moet worden. De week markt is voor een suffe ingeslapen streek, waar de consument enthousiast wordt van exoten die een keer in de week langskomen.

Afgelopen dinsdag lag hij (of zij) daar tegen het heuveltje van rotonde 8. Met de helm in het gras had deze enthousiaste scooterjongen (of meisje) iets te enthousiast de rotonde willen nemen. Of had bus 5 een tikkie uitgedeelt, ik weet het niet.
De bussschauffeur had liefdevol zijn patchwork dekentje over de ongelukkige jongeling gelegd, de bouwvakkers bouwden door, de chauffeur van de groten stenen auto reed rakelings langs het slachtoffer. Immers, de Pyloon moet af. De bouwmaffia wacht op niemand.
Na ongeveer 10 tot 15 minuten stond daar de ambulance: hij had het weten te vinden.

Als er gekozen zou moeten worden, zou ik kiezen voor een snellere bereikbaarheid van brandweer, politie en ambulance diensten. Dat duurt nog altijd veel te lang in de vieniks. Die weekmarkt komt er wel: wanneer alles ingeslapen is en een jaar lang het bordje ‘te koop’ op minder dan 20% van de woningen geplakt staat.

de tank is leeg

Jaren geleden is besloten tot sluiting van vliegbasis Soesterberg. In feite de eerste stap tot de gehele ontmanteling van ‘s lands krijgsmacht. Of dat erg is, of jammer; de tijd zal het leren. Maar dat de vliegbasis is verdwenen vind ik jammer. Op de fiets naar de luchtmachtdagen op die warme zomerdagen. De nabrander van de Phantom die in je maag donderde. De Red Arrows. Ik zag, hoorde en rook daar voor het eerst het allermooiste vliegtuig ooit gebouwd: de DC-3. Dit komt nooit meer terug.

Met het sluiten van vliegbasis Soesterberg verdwijnt ook de bakermat van de Nederlandse Luchtmacht. Daar is het allemaal begonnen, in 1913, met een simpele dubbeldekker, later iets geavanceerder met een machinepistool. Maar toch, een stuk historie is aan het verdwenen en een gedeelte wordt ‘teruggegeven aan de natuur’. Zolang dat duurt natuurlijk, lokale machthebbers ruiken geld, worden omgekocht door bouwbedrijven en in no-time zullen daar wel luxe, dure onverkoopbare villa’s verschijnen.

De kastanjeboom die verdwijnt uit de tuin achter het Achterhuis, het lijkt er niets mee te maken te hebben, maar toch; toeval bestaat niet. Weer een ijkpunt die wegvalt, letterlijk en figuurlijk

En nu moet het leger bezuinigen, niet met één tank, maar alle tanks gaan eruit. Dat vult mij met weemoed: de vertrouwde tank verdwijnt uit het straatbeeld. Het ronkende geluid. De stofwolken op de Leusderheide. De waarschuwingsborden voor rondvliegende kogels: het kan allemaal weg. De tanks kunnen naar het cavalerie museum hier om de hoek. Die stalen rossen kunnen we daar nog eens bekijken, betasten en ruiken.

De hotemoten (Dikkie Berlijn bijvoorbeeld) van het leger zijn er tevreden mee: we moeten een compact leger hebben die snel internationaal inzetbaar is. Hier komt immers geen oorlog meer, toch? En de duizenden ex-militairen, wie weet kunnen die aan de slag bij de politie of in de zorg: het stokpaardje van de nationaal socialistische partijen vvd en pvv (gedoogd door cda).
De vliegtuigen en boten worden, hoe oud ze ook zijn, worden verkocht aan het buitenland, dat geeft een mooie buffer voor het afkopen van een sociaal plan. Eén helikopter, een Lynx, zal niet verkocht kunnen worden: die staat nog altijd op het strand van Sirte in Libië.

En zo worden langzaamaan alle oude vertrouwde waarden weggesneden, opgeheven of weggevaagd. Zijn wij dan eindelijk een moderne samenleving geworden? Compact en gelukkig? Het duurt dan wel tweeduizend en elf jaar, maar dan heb je ook wat.

vieniks

Bloggen over je werk is een doodzonde. Doen we dus niet. Bloggen over je woonwijk, dat kan. Dat mag. Laat ik dat dan maar doen.

Ik woon in de ‘Gelukkigste Wijk’. Althans dat denken sommigen. En eigenlijk is dat ook wel zo. Immers in deze nieuwbakken Vinex locatie is alles aanwezig wat een eenvoudige buurtbewoner kan wensen: Appie, Etos, Gall, Bruna, trein, bus. Om maar te zwijgen van de verscheidenheid in huizenbouw wat ‘mijn’ wijk zo plezierig maakt om rond te lopen. En dan de natuur, waar je in een handomdraai bent. Tien meter van mijn huis, hoor ik de vogeltjes fluiten, ruik ik de mest van varkens en koeien. Het oorlogsgeweld van de rietkippen. De vrije natuur.
Ik vraag me af, welke Vinex heeft dit alles?

Toch zijn er dan nog luitjes die het lef hebben om te zeuren. Om kleinigheden. Om het plaatsen van een (door iedereen afgewezen) kunstwerk. ‘De Slak’ bijvoorbeeld. In alles het synoniem voor deze wijk. Om beloften die gedaan zijn maar nooit uitgevoerd zijn. En ja de vette worst was jarenlang Glasvezel, want in LaptopCity zijn mijn mede-wijkbewoners bijna allemaal ZZP’ers en dus afhankelijk van een goede internet verbinding. En in de hoogtij-dagen van de economie, toen alles kon, kon het ook. Echter, toen men (lees het bedrijfsleven) dat men moest investeren (lees KPN, Ziggo enzovoorts) toen bleek opeens hun schatkist wel erg leeg. Maar ja, deze vette worst was slechts één van de ballonnetjes die opgelaten werden om toekomstige bewoners te lokken.

Als nieuwbakken bewoners moet je in een Vinex nu eenmaal geduld moet hebben zodat het ooit (lees binnenkort) een fijne wijk gaat worden. Dat alleen de zon voor niks opgaat. De economie ook een handje meespeelt. De gemeente faalt, en dan met name de lokale partijen. Dat je de maffia praktijken van de bouwwereld en het ontwikkelings bedrijf voor lief moet nemen?
En als de infrastructuur er eenmaal ligt, zwijg over het gebrek aan basale verkeerskennis van de mede wijkbewoners. Eén richtings-verkeer? Ken ik niet? Parkeren? Gewoon, op de hoek. Wordt het dan een onoverzichtelijk kruispunt? Hé, niet mijn probleem.

Nee, heden ten dage wil iedereen in een gespreid bedje terecht komen. Dat (te dure) huizen in een mum van tijd verkocht worden. Dat, wanneer je als starter met je lief een huis koopt en daar twee jaar op moeten wachten. Een lange tijd voor jonge hitsige carrière tijgers. Als dan e i n d e l i j k dat felbegeerde huis van tussen de vier en zes ton de jouwe wordt, blijkt dat de smaken van jou en je lief toch wel erg ver uit elkaar liggen en dat de net zo jonge buuf er net zo lekker uit ziet als je eigen lief, twee jaar geleden.

Geduld. Dat is het sleutelwoord tot geluk. Als je dat op kunt brengen is zelfs Vathorst een hele fijne wijk om in te wonen. Echt. Geloof me. Wat is die wijsheid van toen ook al weer: verlang niet naar datgene wat je niet hebt, maar geniet van datgene waar je ooit naar verlangde.

Zoiets.