staal

Lang geleden waren Italiaanse romans vol van wonderlijke lange onbegrijpelijke zinnen. Mooi, maar niet weggelegd voor ons koele noorderlingen. Onder aanvoering van Niccolo Ammaniti (Ik Ben Niet Bang) en Paolo Giordano (Eenzaamheid van de priemgetallen) blijkt opeens de bijna mystieke taal wel aan te slaan.
Avallone doet daar niet voor onder.

Het verhaal speelt zich af in de industrie stad Piombino, waar uitsluitend staal geproduceerd wordt en het leven hard is. Als je erlangs rijdt van Grosetto naar je vakantiebestemming in Punta Ala, zie je de rood wit gestreepte vuurpijpen staan. Om maar te zwijgen van de geur.
De sfeer van Piombino, de uitzichtloosheid op een briljante toekomst, wordt bij vlagen treffend beschreven.
Hoofdpersonen zijn Anna, Francesca, twee 13 jarige meisjes. Zeer bewust van hun eigen sexualiteit (zoals elke Italiaanse ‘bitch’), zorgen ze dat menig jongen en man hun hoofd verliest. Met alle gevolgen van dien. Ze gaan naar school, het strand en vertoeven thuis. Maar met een gewelddadige vader en een apathische moeder is ‘thuis zijn’ geen pretje.

Het Italiaanse arbeidersleven, door de ogen van Avallone, is geen vrolijkheid. ‘Staal’ beschrijft niet alleen het leven van de twee hartsvriendinnen, maar ook het zwoegen en zweten in de staal fabriek van broers en vriendjes. De droom om te ontsnappen aan deze wereld leeft bij iedereen, maar door overdadig drugs gebruik en criminele activiteiten en simpelweg geld gebrek komt het er niet van.
Voor Anna en Francesca is Elba het haalbare, het eiland waar ze op uitkijken en waar de rijke Italianen en vakantiegangers komen. In Piombino heb je als toerist niets maar dan ook niets te zoeken.

‘Staal’ is een geslaagd debuut van de 26-jarige Silvia Avallone. Maar ik vond het hier en daar een nogal onevenwichtig boek. Sommige stukken zijn subliem geschreven. De liefde die Francesca voelt voor Anna, daarmee worstelt en uiteindelijk kenbaar maakt is fijnzinnig en aangrijpend.
Maar Avallone wisselt nogal vaak van perspectief en dat geeft een rommelige indruk. Ook als zij vanuit het niets ineens als auteur je als lezer aanspreekt is op zijn zachtst gezegd vreemd.

Maar, het boek lees je in één ruk uit. Het taalgebruik, de opbouw van de hoofdstukken maken het een prettig leesbaar geheel. De vertaling is verzorgd en de personages zijn zeer levensecht beschreven en je waant je in de druilerige straten en huurkazernes van Piombino. Een realistische roman over het leven in het Italië van Berlusconi. De strijd van een land dat 100 jaar vooral in zichzelf gekeerd was en waar de buitenwereld langzaam maar zeker binnendringt.

In de stroom ‘nieuwe’ Italiaanse auteurs kunnen we ook Silvia Avallone toevoegen.

(Nu lees ik “De Dochter” van Jessica Durlacher. Van het ene uiterste naar het andere. Durlacher is een miljoen keer beter. Cultuurschok om kwart voor acht vrijdagochtend in de trein naar Hilversum.)

Titel: Staal
Auteur: Silvia Avallone
Uitgever: Bezige Bij
Taal: Nederlands
Vertaald uit het: Italiaans (‘Accacio’)
Afmetingen: 137x32x215 mm
Gewicht: 499 gr
Druk: 1
ISBN10: 9023458222
ISBN13: 9789023458227
Digitaal Boek:
ISBN10: 902345698X
ISBN13: 9789023456988

verre vrienden

Geschreven in een melancholische woordenbrij die mij het boek af en toe deed wegleggen. Zoveel mooischrijverij, afstandelijke emotie, ontluikende liefde voor het mooiste meisje uit de buurt.
Dat is ‘verre vrienden’ van Robbert Welagen (1981). Het verhaal van Olivier en Eline geschreven in pastelkleuren aangezet met dikke kleuren en sepia herinneringen.

Na 14 jaar haar niet gezien te hebben komt Olivier zijn eerste jeugdliefde Eline Compier op straat weer tegen. Maar wat eens het mooiste meisje van zijn dromen was is nu een aan lager wal geraakte jongedame die hem nog wel herkend maar het verleden wil rusten.
Blijkbaar is haar fortuin verdwenen na haar studies in Parijs en Amerika. Ze spreken af en hebben twee fijne middagen, de derde ontmoeting loopt anders. De deur van haar appartement wordt door de buurvrouw geopend: Eline heeft zelfmoord gepleegd.

Welagen neemt ons mee naar 14 jaar geleden waar Olivier in de tuin van hun grote huis speelde. In zijn groene pyjama en enigszins wereld vreemd opgevoed wordt door zijn ouders. Als Eline’s moeder naar het ziekenhuis moet, komt ze tijdelijk logeren bij de familie van Olivier.
Eline ontpopt zich als een zeer intelligent en vroegrijpe jongedame van zestien jaar. Olivier denkt, droomt en spreekt alleen maar over haar.
Zij leest alleen boeken over kunst en cultuur en samen organiseren ze een reisje naar Parijs met andere kinderen uit de buurt.
Schijnbaar kinderen van zeer goede komaf die van Eline een soort van kunst en cultuur bijles krijgen.
De reis naar Parijs is een droom voor Olivier. Eline knipt zijn haren, koopt nieuwe kleren en ze lopen dag na dag gearmd door de zon verwarmde tuinen van Parijs.
Terug in Nederland gaat Eline naar huis, haar moeder is terug uit het ziekenhuis. Olivier zal haar veertien jaar niet meer zien.

Robbert Welagen heeft een poëtische stijl. Hij weet op wonderschone wijze de omgeving, de sfeer, de liefde tussen Olivier en Eline te verwoorden. Ook is hij een scherp observator en weet zijn verhaal te vullen met subtiele details:

    ‘De buren hadden paarden. Vanuit het bos kon je ze zien staan in het licht. Veel momenten heb ik gevuld met het luisteren naar die dieren. Er is niets zo stil als slapende paarden.’

De melancholie en verlangen naar ‘toen’ ligt in elk woord gevangen. Soms werd die overdaad mij iets teveel en moest het boek even aan de kant leggen.
Maar er bleven genoeg mooie dingen over om door te lezen. De reis naar Parijs met de andere kinderen die hier en daar zowaar voor een wat luchtigere toon zorgden.
Jammer dat deze personen niet verder zijn uitgewerkt zodat er met name het Parijs verhaal iets meer dimensie gekomen zou zijn. Olivier’s moeder was mee als begeleidster, maar die komt amper in deze korte vakantie voor, wat op zich opmerkelijk is.

Welagen’s filmische en beeldende stijl van schrijven geven de lezer een onuitwisbaar beeld van Olivier’s wereld. Van het heden, werkzaam in een hoedenzaak, tot veertien jaar geleden. Toen hij onbezorgd in de boom kon zitten, ijsjes met Eline mocht eten en in Parijs met haar de liefde mocht bedrijven op de badkamer vloer.