Over Epke

In april 2020 ben ik op de aarde terecht gekomen. Moeder Dinte en vader Bear zaliger zijn hier verantwoordelijk voor. En natuurlijk Jansje, baasje van Dinte, zonder haar was ik er natuurlijk ook nooit geweest.

Toen ik oud genoeg was, toen Dinte ook genoeg van mij had, kreeg ik een nieuw huis. Ik bleef in Friesland, want daar hoor ik thuis. Vind ik zelf.

Het is een fijn huis, want alles wordt voor me geregeld: eten, slapen, drinken, knuffels, speeltjes. Ik ging op cursus, ik zag andere hondjes. Dat was indrukwekkend, en dat was wel leuk. Beetje dollen in het veld. Een kunstje leren en goed luisteren.
Toen was het een hele tijd stil. Geen cursus. Baasjes waren de hele dag thuis. Kennelijk was in het mensen land iets aan de hand.

Ondertussen groeide ik als kool en woog als snel 35 kilo. De dierenarts vond dat prima. Ik word vaak meegenomen op patrouille door het dorp waar ik woon. Er is veel te beleven, veel te ruiken. Ik zie ook boten voorbijkomen.
Ik kom ook wel eens andere honden tegen. Zelfs Wetterhounen, dat is het leukste. Maar nu ik wat ouder word vind ik dat allemaal minder spannend. Leuk hoor, maar laat mij maar lekker struinen en snuffelen.
Na lange tijd ging ik weer naar school, maar dat was geen succes. Ik werd als ‘die zwarte hond’ aangesproken en ook nog ‘Friese dwarskop’. De Vrouw was woedend en ik ging naar een andere school.
Daar is het veel beter, daar leren ze tenminste dat de mensen mij begrijpen en ik moet niets. En zo leer ik het beste om een goede Wetter te zijn. En geen Peter Pan. Het is ook reuzefijn om de mensen te begrijpen en zij mij.
De juf op school zegt wel dat ik een energieke Wetter ben. Ik weet niet of dat nu een compliment is of niet.

Ik heb geen oudere Wetter bij me die dat allemaal kan leren, want wat zijn mensen ingewikkeld zeg.
Nu ik wat ouder aan het worden ben kan ik mijzelf ook wel redden. Laat mij maar lekker mij gang gaan. Ik hou de baasjes in de gaten, want zonder hen zou ik nergens zijn.
Ik bewaak het erf. Vooral die dikke zwarte kat van de buren, die moet niet te dicht in de buurt komen, dan laat ik even horen wie de baas is.

Eten is ook wat ik graag doe: in het begin kreeg ik brokken, maar op een gegeven moment was ik daar wel klaar mee. Nu krijg ik lekker rauw vlees als pens, hart en rundvlees, met kleine brokjes. Dat is pas smullen. Als ik het op heb, kan ik lekker mijn bek aflikken en ga ik fijn in het gras liggen rollen. Lekker chillen!

Dan ga ik met De Man op patrouille. Meestal bepaal ik de route en als we lang onderweg zijn, weet ik het soms niet meer dan zegt De Man: “Kom Epke, het is weer mooi geweest we gaan naar huis.” Dat vind ik ook fijn. En loop ik lekker naast hem terug naar huis. Met mijn tong uit mijn bek in een sukkelgangetje.
Thuis krijg ik altijd een dikke knuffel. Kennelijk vinden ze het leuk dat ik zo braaf meega.

En ’s avonds ga ik mee naar boven en slaap ook op de slaapkamer. Heel vaak naast het bed en soms kruip ik even bij de Mensen op bed. Lekker warm en knus.

Door het bos wandelen vind ik het leukst. Lekker door de bladeren rommelen, takjes meenemen, tegen bomen pissen. Heerlijk. Het is dan wel van belang of ik linksom of rechtsom mijn plas doe.

Open vlaktes vind ik nog een beetje spannend, kruispunten in het dorp, op het strand of wad. Want dan kan ik zoveel zien en ruiken en zo ver zien. Tjonge dat moet ik nog een beetje leren.

Wat wil je later worden, vragen ze wel eens. Misschien dat ik wel de jacht leuk vind, maar snuffelen vind ik ook heel leuk en maakt mij blij.
Maar wie weet ga ik ook meehelpen om het Friese Wetter ras in stand te houden. Dan moet ik ooit nog eens een leuk Wetter teefje tegenkomen. Maar daar moet ik nog eens goed over na denken.

Tot nu toe heb ik een geweldig Wetter leven.  Ik ben een blije hond. Nu ga ik weer lekker slapen.