Archive for januari, 2010

en de vrouw, zij speelt met vuur

larsson_vrouw_ii Eigenlijk heb ik het niet zo met best-sellers. Dikke boeken waar alles 80 keer herhaald wordt, personages opgevoerd worden die geen enkel belang in het verhaal hebben, brute nietsontziende seks. En eigenlijk zou dit boek met 100 pagina’s minder leesbaar blijven gebleven.

Is de Millennium trilogie van Stieg Larsson dan anders? Deel 1 las prettig. Leuke wendingen, goed plot.
Maar Larsson had haast, er moesten nog 2 boeken geschreven, blijkbaar.
De Vrouw Die Met Vuur Speelde” is zo’n tweede deel. Het “Larsson maniertje” dat snap ik wel. Kort lezende zinnen, een bijna plot aan het eind van elk hoofdstuk: een tagline.
Daar waar Mikael Blomkvist rondneukte in deel 1, houdt hij zich nu kalm. Dat komt deels door het gebrek aan vrouwen, maar de zoektocht naar Lisbeth Salander nemen zijn tijd en geest (en dus lijf) in beslag.

Het verhaal in het kort (ik wil niet al te veel verklappen): Na een welverdiende rust komt Salander terug in Zweden. Trekt zich terug in een luxe appartement (ze kan het zich veroorloven), en probeert na een jaar afwezigheid weer in contact te komen met haar vriendenkring. Maar Blomkvist, met wie ze meer deelde dan alleen haar lichaam, mijdt ze op elke mogelijke manier. Alleen via de computer (ze is een meesterlijke hacker) weet (beter, wil) ze hem te bereiken. Wie haar wel in haar armen neemt is Mimi, de lesbische vriendin op wie Lisbeth altijd kan vertrouwen.

Ondertussen heeft het tijdschrift van Blomkvist een voorstel tot publicatie ontvangen van een gecompliceerd onderzoek naar vrouwenhandel (trafficking) en drugsmokkel in Zweden, met vertakkingen naar de Baltische staten. De twee jonge mensen die dit onderzoek aan het doen zijn en bijna afronden worden op een gegeven vermoordt in hun huis gevonden.
De moord op deze twee leidt naar Salander die bij hun op bezoek is geweest. Maar is zij de moordenaar. Dat ze extreem gewelddadig kan zijn is bekend. Onberekenbaar ook.
Blomkvist gelooft (natuurlijk) in haar onschuld. Hij zoekt verder waar zijn twee vermoordde collega’s zijn blijven steken.

Ruim 500 pagina’s verder, bij het omslaan de laatste pagina, is het verhaal eigenlijk nog niet afgelopen. Een klein deel van het mysterie is opgelost, maar nog niet alles. Het einde van het boek is uitermate gewelddadig.
Deel twee is wederom prettig geschreven. De nauwegezette en gedetailleerde schrijfstijl van Larsson komen hier tot zijn recht. Ondanks het lange uitweiden verliest het boek nergens vaart.
Beetje bij beetje kom je iets te weten over de persoon Lisbeth Salander, maar er zijn nog veel vragen. Ze blijft afstandelijk, buiten beeld zelfs. Maar als ze er is dan is ze er ook. En ook Mikael Blomkvist.

Deel drie ligt mij hunkerend aan te kijken in de boekwinkel(s). De vragen die uit deel 1 en 2 boven zijn komen drijven, zullen die in deel 3 beantwoordt worden? Zal Lisbeth haar emotionele pantser laten vallen voor Mikael? En hoe zit dat met haar tweelingzus?

lekkers uit leiden

Via Cappelo 23 De tweede roman van Christiaan Weijts (Leiden, 1976) verwijst naar het adres in Verona alwaar HET balkon is van Romeo en Julia, uit het beroemde boek van William Shakespeare.
Hordes toeristen vergapen zich aan het balkon en het huis en laten zich massaal foppen door iets wat daar nooit heeft afgespeeld.

Weijts begint zijn boek met het verhaal van Daniël Schaaf, een freelancejournalist die een gondelierstaking in Venetië verslaat en op een pittige romance lijkt te lopen. We willen de ander kénnen, smoezelt Weijts tussen de regels, benaderen, bespringen, begoochelen, om dan samen te verdwijnen in één huid. Maar het sprookje in wording krijgt snel een brute doodschop: met een laconieke boosaardigheid wordt de prefabromantiek van tafel geveegd.

Dan treedt de tweede hoofdpersoon binnen: Arthur Citroen, onderzoeker-met-een-onderwijsopdracht aan de universiteit van Leiden. Citroen breekt uit zijn schuilplaats van zelfgekozen eenzaamheid en begint een relatie met een studente, Fay. Terwijl hij steeds verder wegglijdt in de zuigende modder van de drift, blijft hij krampachtig reiken naar De Schoonheid. Tot in de finale, wanneer hij het pad van Schaaf kruist, en stikt in de kots die zijn cynische tijd voor hem uitspuwt. Privacy is een leeggeroofde nis, leert Citroen: leven in de eenentwintigste eeuw is je hebben en je houden, je lusten en begoochelingen, je ziel en geslacht naakt op straat leggen. En wachten tot de kraaien komen.

Weijts’ stijl blijft heerlijk eigentijds: pijpen is gewoon pijpen, geil is gewoon geil. En de vagina van een lekker snolletje, dat is natuurlijk een mooiemeisjeskut. Maar dit is veel meer dan makkelijke afrukliteratuur voor stomende pubers: er gloort eruditie door het boek; Modigliani, Picasso, de ouwe Shakespeare, en brutaal legt hij de Hogere Verzuchting naast de Basale Drift te slapen. Zo ontpopt Weijts zich opnieuw als de meedogenloze chroniqueur van een tijd, zijn tijd. Zijn personages zijn kleuters in het postmoderne inferno: gevangen tussen muren van trillend vlees, spartelend tussen het valse genot van krampachtig consumeren en de ongewisse zoektocht naar het sublieme. Vooral Citroen vertolkt de schizofrenie van woelige tijden: als hij zijn pik leegmaakt, moet het kunst zijn. Maar nergens wordt het plat of ranzig, dat is ook een gave die Weijts laat zien.
Weijts geeft rake observaties van het nieuwe, moderne leven. Zonder genade houdt hij de spiegel op en geeft daar zijn commentaar op.

‘Je bent een romanticus,’ zegt Schaaf hem. En je ziet die Citroen voor je, het verknipte mannetje dat geilogend het internet afspeurt en ondertussen manisch blijft doorlullen over Venussen en Maria’s Magdalena, en je beseft: verdomme, hij ís een romanticus.
Ondertussen heeft Schaaf wel het leven van 3 mensen kapot gemaakt. Wil Weijts hiermee de macht van de (moderne) media aantonen, of de verdorvenheid? In zijn debuut roman liet Weijts zich ook al niet al te vleiend uit over de schijnbare macht der media.

Weijts is een groot talent. Hij heeft bewezen met zijn debuut roman “ART. 285b” te bezitten over een scherpe pen, helder en modern. Zijn tweede roman vind ik zelfs beter. Sterke verhaallijn, verrassend plot, goed uitgewerkte karakters.
Als je de Nederlandse literatuur een warm hart toedraagt: Lezen dus, zou ik zeggen. (4/5)

in de wildernis

Soms duurt het even voordat een echt goede film in huize Gerard doordringt. In het kader van het algemene nietsdoen, gleed vanmiddag de dvd INTO THE WILD van regisseur Sean Penn in de speler en gaf mij een waarlijk schitterende film op mijn beeldbuis.

De film is uitgebracht in 2007 maar vertelt een verhaal dat zijn einde vond in 1992. Een waargebeurd verhaal.
De Amerikaanse student Chris McCandless is afgestuurd en met uitstekende cijfers ligt een toekomst via Harvard University voor hem in het verschiet. Maar Chris denkt daar heel anders over en vertrekt met de noorderzon.
Met recht de noorderzon omdat zijn familie pas veel later erachter komt dat hij niet meer woont waar hij altijd woonde en zo had hij maanden voorsprong op hun verwoedde zoektochten. Zijn zus, vanuit wiens perspectief het verhaal enigszins wordt vertelt, concludeert dat Chris op een gegeven moment niet gevonden wil worden.

De trektocht van Chris gaat door een groot deel van Amerika en een stukje Mexico. Het avontuur eindigt letterlijk en figuurlijk in Alaska waar hij de laatste 100 dagen van zijn leven in een totaal verlaten bus in het midden van nergens doorbrengt. Een hongerdood tezamen met het nuttigen van giftige planten doen hem uiteindelijke de das om.
Chris houdt wel notities bij die na zijn dood gevonden zijn en op die basis heeft Jon Krakauer een bestseller heeft geschreven (1997). Hij heeft veel moeite gedaan om alle mensen te achterhalen met wie Chris in contact is geweest tijdens zijn 3 jarige trektocht.

Het kostte Sean Penn nog eens 10 jaar om toestemming van de familie McCandless te krijgen alvorens hij met de verfilming beginnen kon.
Het avontuur van Chris (Emile Hirsch) is fenomenaal in beeld gebracht, alle locaties die hij heeft bezocht zijn ook in de film gebruikt. Zijn karakter en beweegredenen worden langzaam duidelijk. Zijn weerstand tegen de maatschappij en de woede tegen zijn vader (gespeeld door John Hurt) en moeder (gespeeld door Marcia Gray Hayden) zijn de pijlers waar zijn zoektocht op gebaseerd zijn. Overal waar hij komt wordt hij met verwondering ontvangen; het hippie stel Rainey en Jan, Wayne, de graanboer en de gepensioneerde Ron (Hal Holbrook). De grote stad is niet zijn ding: de natuur, met name de ongerepte, vrije natuur is waar Chris het liefste vertoeft. Zijn einddoel is Alaska, Stampede Trail. De bus waar hij zijn laatste dagen slijt is een geliefde plek geworden voor jongelui die op zoek zijn naar avontuur.

De Trail

Sean Penn heeft een sterke film gemaakt, mede door het integere karakter, geen wilde speculaties of opgeklopte toestanden. Dicht bij de mensen in het verhaal, zowel de ouders, de zus, de mensen die Chris tegenkomt ‘along the road’. Het is een film die ontroert met een stel krachtige scenes, uitmuntende acteurs maar zonder melodramatisch te worden. Een traantje wegpinken mag hier en daar is soms niet te voorkomen.

Je kunt speculeren over de beweegredenen van McCandless: op internet zijn genoeg voor- en tegenstanders te vinden. Een wikipedia pagina is in iedergeval zijn erfenis waar bij ik de woorden van Alaska Park Ranger Peter Christian je niet mag onthouden:

“I am exposed continually to what I will call the ‘McCandless Phenomenon.’ People, nearly always young men, come to Alaska to challenge themselves against an unforgiving wilderness landscape where convenience of access and possibility of rescue are practically nonexistent [...] When you consider McCandless from my perspective, you quickly see that what he did wasn’t even particularly daring, just stupid, tragic, and inconsiderate. First off, he spent very little time learning how to actually live in the wild. He arrived at the Stampede Trail without even a map of the area. If he [had] had a good map he could have walked out of his predicament [...] Essentially, Chris McCandless committed suicide.”

Desalniettemin, de film blijft meer dan de moeite waard, als een verdomd goed fictief verhaal.

Chris McCandle

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

vuilnis

Ik schrijf niet zoveel over de misstanden in dierenminnend Nederland als het op konijnen aankomt. Natuurlijk is het niet leuk dat duizenden konijnen een kort leven hebben omdat mensen niet begrijpen of willen begrijpen wat het houden van een huisdier inhoudt. Een konijn is niet het meest spannendste huisdier ter wereld. Het heeft een kortetermijngeheugen waar een Alzheimer patiënt jaloers op zou zijn. Het eet en drinkt en slaapt. Dat is zo’n beetje de konijnen-dagindeling. En als je zo’n beestje als binnenhuisdier houdt, dan is het wel handig om zijn hok af en toe schoon te maken. Dat gaat niet vanzelf.
Helaas zijn er (…) (ik kan er het juiste woord niet voor bedenken) die dit soort basisdingen niet willen zien. Of ze worden niet voorgelicht door de dierenwinkel, of ze denken dat die 10 euro niet een groot verlies is als het beestje na 14 dagen kapot is.

En dat is jammer, want een konijn is wel degelijk een grappig en lieve aanwinst voor het huishouden.

Gelukkig zijn er nog instanties die zich dagelijks druk om maken om deze misstanden (let op schokkende beelden).