Het warme dier ligt tegen haar wang. Zijn haartjes kriebelen. Ze voelt hoe zijn hartje snel beweegt. Ze streelt zijn zachte vacht, de biljoenen haartjes gloeien tussen haar vingers. Ze is gelukkig.
Ze ziet zijn witte voetjes. Zo lief en onschuldig. Haar vingers strelen zijn kopje. De oogjes gaan dicht, hij vindt het fijn. Languit ligt het konijn op haar borstkas. De snorharen kriebelen aan haar wang. Zijn achterpoten gestrekt achter hem, het staartje dat beweegt.
Zachtjes mompelt ze zijn naam, zijn tongetje likt haar wang. Haar hartje bonst, zijn hartje gaat tekeer. Traag glijdt haar hand over zijn donzige vacht. Hoort ze hem nu lieve geluidjes maken.
Ze kijkt in zijn donkere grote ogen. Zijn oren bewegen heen en weer. Als een kleine radar, die elk geluid tot zich neemt.
Het leven lijkt zover weg, nu. De stille momenten, de eenzaamheid. De pijn en het verdriet. Je bent zo aan het puberen, zegt mama elke keer. Ze gelooft het niet.
Nijn rolt zich op zijn zij. Zij is 14 hij is net 6 maanden.
Ze pakt hem zachtjes op en brengt hem naar zijn hok. Verdrietig kijkt hij haar aan. Blijf nog even bij me, lijkt hij wel te zeggen.
‘School wacht, witvoetje,” fluistert ze en geeft hem een extra handje hooi, waar zijn neus direkt in verdwijnt.
Ze pakt haar jas en kijkt in de spiegel, waar ze al zo vaak in gekeken heeft. Ze ziet een oude vrouw met grijs haar en diepe rimpels.
Ze opent haar ogen en voelt het warme lichaam van haar zus tegen zich aan. Haar lichaam voelt klam en bezweet aan.
“Fok meid, wat liep jij te gillen,” de ogen van Yvonne vol verbazing, “ik dacht, die gaat er aan.”
“Hoezo? Het was maar een droom hoor, gekkie,” Suzanne draait zich om. Het bed voelt klam aan. “Waar zijn we?” vraagt ze.
“In een hotel, je viel in slaap, onderweg zeg maar.” Yvonne liep naar de badkamer.
Ze rilt, voelt klam zweet op haar voorhoofd. Wat gebeurt er nu, denk ze in verwarring.
“Het gaat nu een beetje gebeuren, dat die koude kalkoen langskomt,” de stem van haar zus echood uit de badkamer.
Het trillen wordt erger, haar hele lichaam glimt van het zweet, zwart voor haar ogen. Ze opent haar mond en probeert te gillen.
Een rauwe gil, een gesmoorde kreet.
Wanneer Yvonne de kamer binnenloopt ziet ze haar zus. Ze schrikt. Een hoopje ellende, dat is wat ze ziet. Het naakte bezwete lichaam schudt en trilt onbeheerst. Alsof de duivel
uitgedreven wordt.
Eén seconde twijfelt ze maar ze doet het toch, haar eigen warme lijf tegen het tegen onderkoeling aan grenzende lichaam. Snel trekt ze haar t-shirt over haar hoofd.
“Shit, shit,” fluistert ze zacht maar ook haar slip gaat uit.
Ze kruipt tegen het magere lijf van haar zus en slaat haar armen om het tengere lichaam. Ze kan de ribben tellen, stuk voor stuk. Ooit een mooi een onweerstaanbaar lijf. Nu meer dood dan levend.
Met enige kracht duwt ze haar lijf tegen het koude lichaam. Fluistert zachtjes, ruikt een rotte geur. De geur van vergane dope, coke en al die andere troep die het lichaam uitdrijven.
Yvonne sluit haar ogen. Ze heeft het er voor over.
Ze moet wel.
Ze moeten nog verder.