Archive for mei, 2009

pola-roid

“Let goed op je dialoog!” de regisseur schreeuwde het harder dan anders. Hij leek het welletjes te vinden.
“Ik doe mijn best, verdorie,” antwoordde hij.
“Niet goed genoeg, je acteert nog veel te veel!” plukjes spug op zijn bovenlip.
“Maar ik moet toch ook acteren,” de acteur hief zijn handen machteloos omhoog.
“Nee, Sjoerd, jij BENT Prins Valdarium, hij zit in je, jij ademt hem, je voelt hem!”
Sjoerd keek naar de vrouw die Prinses Romana voorstelde. Zijn frons werd niet door haar beantwoordt. Zelfverzekerd zat ze in haar stoel. De ondeugende blik in haar ogen, haar mond uitdagend getuit.
“Het is verdomme toch niet zo moeilijk,” ging hij verder.
“Ja, Mike, het is wel moeilijk, ik voel echt wel Valdarium in me.” Sjoerd zuchtte diep.
Mike stond dicht naast hem, fluisterde in zijn oor: “je wilt haar, je verlangt haar, haar lach wil je zien, haar lichaam wil je proeven, Christus man, laat dat zien!”
Zijn koffieadem vulde Sjoerd’s neusgaten. Kotsen hoefde hij nog net niet, maar het scheelde niet veel.

“Ik denk dat ik je kom redden,” sprak hij lijzig. Haar warme lichaam gleed uitbundig tegen hem aan. Brutaal duwde ze haar onderlichaam tegen hem aan.
“Ik voel je stijve,” hijgde ze in zijn oor, ze giebelde en sprak luid: “Ja redt mij, mijn vader houdt me gevangen, jij sterke ridder.”
Van zijn stuk gebracht pakte hij haar middel en duwde haar steviger tegen hem aan: “dan ga jij precies doen wat ik je zeg.” Zijn stem was zwaar, dwingend, hees en strijdvaardig.

De regisseur glunderde: “Ja kom, kom, pak haar neem haar mee!”

“Durf je dat, koene ridder,” speels, uitdagend, cynisch. Haar blik drong diep in hem door.
“Jij neemt het niet zo serieus, vrouwe Romana,” een tekst die hij terplekke bestond. Hij voelde haar houding veranderen. De spanning nam toe nu zij hij ook zijn spieren liet spreken. Krachtig hield hij haar vast.
Ze glimlachte: “mmm, koene koene ridder.”
“Meer hoef je niet te zeggen, ben jij het dan waard, mijn leven voor u te wagen?” De zaal was stil. Iedereen luisterde gespannen.
Hij zag hoe haar neusvleugels zenuwachtig trilde, nu was hij aan de beurt. Nu deelde hij de lakens uit.
“Zo ken ik u niet, Prins Valdarium,” haar stem, zacht en breekbaar. Zijn hand gleed in de hare: “Kom, laten we gaan, hier is niets voor ons.”
“De violen ontbreken,” haar ogen stralend, haar tanden blinken in de spotlights.
“Ik hou niet van die bloemen,” glimlacht hij terug.
“Straks zal ik ze horen,” terwijl haar arm zijn middel omstreelt.

In het donker van de nacht, de veiligheid van de oververhitte hotelkamer glijdt ze van hem af. Zijn klamme hand streelt haar bezwete natte lichaam. Zijn borst gaat woest op en neer. De inspanning, sensatie, ultieme opwinding. Haar zwoele mond op de zijne. Voldaan kreunen.
Zijn vinger tekent haar lichaam, de verborgen haartjes, de ongekende opwinding, die haar lichaam biedt.
Koele adem kietelde zijn lijf. Haar warme ogen, groter dan een paar uur geleden, warmer en eerlijker ook.
“Hoe lang gaat de toernee duren?” zijn vraag nestelt zich in het donker.
“Lang genoeg,” ze zucht.
“Voor onze liefde?”
“Liefde? Welke liefde?”
Een flits van licht doorkliefde de donkere kamer. Haar camera registreerde haar zoveelste overwinning.
“Heb je veel van dat soort foto’s ?”
“Een rolletje vol, hahaha!” Een doffe echo van haar lach klonk door de kamer.

caesarion

Ik moest er even op wachten, maar uiteindelijk lag er een nieuwe Tommy Wieringa bij de boekhandel.
Caesarion is de titel en is een waardige opvolger van ‘Joe Speedboot’.

Geschreven in die typische Wieringa stijl komt het leven van Ludwig Unger voorbij. Zijn moeder, pornoactrice, die hem opvoedt, zijn vader, verwoestend kunstenaar, verdwenen in de oerwouden ergens op de aardbol. Het leven van Ludwig, koosnaam Caesarion, is natuurlijk niet zo maar een leven. Bijzondere ouders zorgen voor een bijzonder leven.
Zijn geld verdient Ludwig met pianospel in bars, restaurants en hotels. De moeizame verhouding met zijn moeder, zwevend tussen liefde en cynisme. En natuurlijk zijn eigen relaties die niet bepaald geslaagd zijn.

Waar Joe Speedboot grotendeels in Lomark afspeelde, gaat Caesarion de wereld over.
Wieringa schrijft zwierig, vlot, modern, poetisch en boeiend. Soms neigt hij naar bombast of iets te dik aangezette metaforen. (ik zeg altijd maar: daar is een meta voor).
Is het een aanrader? Jazeker. Wieringa is een talent waar we nog vaak mooie romans van kunnen verwachten.

toekomst

“Heb je nog over de vraag nagedacht,” vraagt hij zachtjes.
Zij leest aandachtig het nieuwe boek van Tommy Wieringa en het is dan moeilijk aandacht te verdelen. Ongewild zucht hij. Verstoord kijkt ze om. Haar blonde lokken verhullen haar diepblauwe ogen. Zeewind waait om haar en hun ogen raken elkaar.
“Ja, Sjoerd, natuurlijk, straks krijg je het antwoord,” glimlachend draait ze zich naar hem en op haar zij leest ze verder. Gescheiden door Ludwig Unger en zijn hoerige moeder.
“Dat is goed, je weet dat ik het graag zou willen, Lisette,” hij keek naar haar zonnebrandgeoliede lichaam. Hij hoort haar zachtjes meelezen, een teken dat ook zij het een goed boek vindt.
De zee ruisde zachtjes, het warme zand gleed door zijn vingers. Het zou goed zijn om samen met haar het avontuur aan te gaan, vond hij.
Een bal plofte in het zachte zand, een kind schreeuwde in de verte om zijn (of haar) moeder. De viskraam belde en mensen schuifelden naar de kraam op wielen.
Een verliefd stel speelden het uitdagende spel van badminton. Hij liet haar vaak van links naar rechts lopen, de shuttle oprapen. Daar had Sjoerd zo zijn gedachten over.
Hij zag de strak blauwe lucht. Het was nog niet helemaal zomer, de kleur blauw kon nog wel wat dieper. Zou het nog warmer kunnen deze zomer?
Haar warme hand gleed over zijn buik. Haar adem kriebelde in zijn oor.
“Ik ben zo geil,” fluisterde ze. Hij zuchtte ongemakkelijk terwijl haar hand langzaam naar zijn dijen gleed.
Grommend zoenden ze elkaar. Zijn hand gleed over haar wang, achter haar nek.
Op de achtergrond hoorde hij het commentaar van de oudere badgasten. Ongepast, a-sociaal, immoreel.
“En..,” vragend keek hij haar aan.
“Mmmmm, okay ik denk wel dat het kan lukken, als je maar goed begrijpt wat ik hier achterlaat,” haar stem klonk streng en vastbesloten.
“Het gaat lukken, echt, wij kunnen de wereld aan,” hij glimlachte.
“Ja, ja, dat zeiden mijn ex-en ook al,” lippen persten zich op elkaar.
“Voor nu lijkt het me een goed plan om samen dat te doen waar we goed in zijn,” zijn vingers gleden in de hare.
Ze keek hem uitdagend aan, een glimlach speelde om haar lippen.
“Je bent een vreemde gast, Sjoerd Dijkstra, nooit gedacht dat ik mijn carriere voor een man zou opgeven.”
Hij glimlachte, maar hij wist zeker dat hun toekomst niet in Nederland lag. Maar daar waar het leven altijd vrolijk, zonnig en wijnrijk moest gaan worden.
Dacht hij, terwijl haar koele tong zijn lichaam in vuur in vlam zette.

een mooie dag om…

Het gaat een mooie dag te worden. Een dag om naar mijn moeder te gaan, bijvoorbeeld.
Het ontbijtje maakt goed. Yoghurt met de fruktmuesli van de appie. Wellicht voor de laatste keer omdat het nu toch wel allemaal te duur gaat worden.
De zon kruipt langzaam omhoog. De lucht kleurt blauw, maar kleurt niet met de gedachten diep in mijn hoofd.
Ik loop naar mijn auto, start hem en zie dat er nog net genoeg benzine in zit om thuis te komen. Ik rij de straat uit, rechts af, rechtdoor. De weg ken ik uit mijn hoofd, zo vaak gereden.

Gedachten gaan door mijn hoofd. Hopelijk dat pa en ma mij een tijdje thuis willen hebben. De economische malaise heeft mij behoorlijk te grazen genomen.
Ik moet hier rechts af, de lange bomen laan op. Het is warm, de zon schijnt. Het is een mooie dag.
Overal hangen vlaggen en oranje wimpels.
Ik weet niet waarom.

Aan het eind van de laan moet ik stoppen. Een politieagent houdt zijn hand omhoog. Ik rem, stop en draai het raampje over.
`U kunt niet verder, meneertje,` hoor ik hem zeggen.
`Maar ik moet naar mijn ouders,` zeg ik vertwijfeld.
De agent kijkt mij raar aan, agressief zeg maar.
`Vandaag moet u een andere route kiezen, het is feest weet u, de koninklijke familie komt zo langs.´
`O, en dan moet ik maar anders rijden`
`Ja u wel,` de hand van de agent glijdt naar zijn holster.
Ik voel mijn bloed koken, mijn hoofd tolt.
`Okay, is duidelijk,` antwoordt ik snel en draai de auto om.
De agent kijkt mij na en als hij zich omdraait omdat het geluid verderop aanzwelt, geef ik gas en draai mijn bolide in de rondte. Een truukje dat met deze lichte auto makkelijk kan.
Ik geef gas, trap het pedaal in tot de bodem en schiet vooruit.

De teller kruipt langzaam naar 50, 60, 80, 100. In een flits zie ik de agent, een ander in zijn heloranje hesje. Ik slalom om de rotondes.
Mijn gedachten staan stil. Dit is de enige weg die ik ken naar pa en ma. Niemand houdt mij nu tegen.

Er staan mensen op straat. Die moeten echt weg, maar blijven staan. Een harde klap, en nog één, het dak van de auto klapt in.

Het stalen hek molt de stuurinrichting. Opeens is de weg leeg. Alleen een bus rechts van mij. Zie ik daar Beatrix?

Dan een doffe klap. Ik wordt naar voren gedrukt. Mijn hoofd ontploft. Suf. Traag.
Een man naast mij, met helm en pistool. Zijn mond beweegt maar ik hoor hem niet.
`De koningin, alexander, maxima,` mompel ik. Mijn stem klinkt raar en verrot.
De man praat door, ik hoor hem niet.

Mensen schrijven weleens over doodgaan, hoe dat voelt. Hoe de kracht uit je lijf vloeit. Dat voel ik ook.
Het vliegt weg, de lucht in. De blauwe lucht. Ik moet vechten maar ik weet niet waarom en waarvoor.

Het is allemaal zo zinloos.