vertrouwen
Er is geen vertrouwen meer. Op het eerste gezicht is dat jammer. Geen vertrouwen in iets dat ons blijkbaar allemaal aangaat. Tenminste de bovenste toplaag die blind van winst almaar grotere risico’s nemen. Bang om prooi te zijn. Ze willen liever de jager zijn.
Ze steken hun hand uit en vangen een miljoenen oprotpremie. “Dat is niet de reeele economie,” hoor ik Nout elke keer roepen. Zijn wollige taal wordt bijna begrijpbaar zo vaak is hij de laatste tijd op televisie.
Hij wordt ondersteunt door een kruk. Is dat toeval?
Toeval bestaat niet.
We wijzen naar de graai cultuur in Wall Street, dat is de andere kant van Main Street. Zeg maar het verschil tussen de ‘niet reele economie’ en ‘de reeele economie’.
Door het graaien schampen de beurshandelaren de gewone man die leeft in de reeele economie.
Miljarden euro’s en dollaren gaan verloren. Verdampt. Geld is maar een getal. Het zegt eigenlijk niets.
Het systeem moet worden gered en de regeringen zoeken nog wat miljarden om een ‘daad te stellen’. Om het ‘vertrouwen’ te herstellen.
Ik loop op straat. Het is elf uur s avonds. Een groepje jeugd, scooters, joints, halfnaakte tienermeisjes maken herrie. Roepen naar mij in een taal die ik niet versta. De kloof tussen de derde generatie en de reeele generatie is zo groot, het is niet te meten.
Ik voel me onveilig.
Bel de wijkagent want ik ben niet de enige die s avonds een gevoel van onveiligheid ervaart.
“Onveilig is een gevoel, daar kan ik niets mee,” zegt de agent. Zegt de politiek.
Vreemd. Is vertrouwen dan ook geen gevoel?
Wie regeert de wereld, vraag ik me af. Is dat een regering? Of zijn dat de beurshandelaren. De paar handelaren en/of beleggers die het voor miljoenen andere mensen behoorlijk lastig kunnen maken.
We leven op een luchtbel.
Deze is ontploft.

