Archive for september, 2008

vertrouwen

Er is geen vertrouwen meer. Op het eerste gezicht is dat jammer. Geen vertrouwen in iets dat ons blijkbaar allemaal aangaat. Tenminste de bovenste toplaag die blind van winst almaar grotere risico’s nemen. Bang om prooi te zijn. Ze willen liever de jager zijn.

Ze steken hun hand uit en vangen een miljoenen oprotpremie. “Dat is niet de reeele economie,” hoor ik Nout elke keer roepen. Zijn wollige taal wordt bijna begrijpbaar zo vaak is hij de laatste tijd op televisie.
Hij wordt ondersteunt door een kruk. Is dat toeval?

Toeval bestaat niet.

We wijzen naar de graai cultuur in Wall Street, dat is de andere kant van Main Street. Zeg maar het verschil tussen de ‘niet reele economie’ en ‘de reeele economie’.
Door het graaien schampen de beurshandelaren de gewone man die leeft in de reeele economie.

Miljarden euro’s en dollaren gaan verloren. Verdampt. Geld is maar een getal. Het zegt eigenlijk niets.
Het systeem moet worden gered en de regeringen zoeken nog wat miljarden om een ‘daad te stellen’. Om het ‘vertrouwen’ te herstellen.

Ik loop op straat. Het is elf uur s avonds. Een groepje jeugd, scooters, joints, halfnaakte tienermeisjes maken herrie. Roepen naar mij in een taal die ik niet versta. De kloof tussen de derde generatie en de reeele generatie is zo groot, het is niet te meten.
Ik voel me onveilig.
Bel de wijkagent want ik ben niet de enige die s avonds een gevoel van onveiligheid ervaart.
“Onveilig is een gevoel, daar kan ik niets mee,” zegt de agent. Zegt de politiek.

Vreemd. Is vertrouwen dan ook geen gevoel?

Wie regeert de wereld, vraag ik me af. Is dat een regering? Of zijn dat de beurshandelaren. De paar handelaren en/of beleggers die het voor miljoenen andere mensen behoorlijk lastig kunnen maken.

We leven op een luchtbel.
Deze is ontploft.

binnenkort in dit theater

De avonturen van Valentino Rossi, beter bekend als Dokter Rossi. Een oranje roodharige Thrianta.
Hij is nu 3 maanden maar later als hij groot is:

Valentino Rossi de oranjerood gekleurde Thrianta

alles van waarde

In deze moderne tijd moeten we snel afscheid nemen van de dingen waar we mee opgegroeid zijn. Dingen, gebeurtenissen, gebouwen, opmerkingen waar we waarde aanhechten worden afgeschaft, opgeheven of simpelweg niet meer gebruikt.

Eén van die dingen is bijvoorbeeld Vliegbasis Soesterberg. Natuurlijk zijn er genoeg andere bases die de taken van Soesterberg kunnen overnemen, maar toch: Soesterberg was wel de bakermat van de nederlandse luchtmacht. Daar waar jaren geleden, begin vorige eeuw, een paar zonderlingen begonnen met een voor die tijd wild avontuur. Met vliegmachines rondvliegen!
Binnen 100 jaar uitgegroeid tot een hele gemeenschap, geholpen door de koude oorlog en de komst van een troep Amerikanen.

Elk jaar, dat kon toen nog, een open dag, waar je met 100 duizenden mensen vol bewondering naar de snelle vliegtuigen keek, die soms ook nog eens spectaculaire stunts uit haalden.
Maar de voortschrijdenden ontwapening, bezuiniging en overbodig worden noodzaakte de diverse regeringen om “Soesterberg” te sluiten.
Gelukkig staat daar nog het (gratis toegangelijke) Luchtmachtmuseum om daar nog eens wat historie op te snuiven.
En zo zijn er meer van dit soort voorbeelden te bedenken waar jij en ik veel waarde aanhechten maar nu niet meer aanwezig zijn, om wat voor reden dan ook.
Maar het ergste komt nog: in de nieuwe James Bond film zal onze held niet meer zeggen: “My name is Bond, James Bond” en ook het “shaken, not stirred” zal niet uit zijn mond rollen.
Regisseur Marc Foster (Kite Runner/Finding Neverland/Monster Ball) zal er ongetwijfeld goede redenen voor hebben. Hij is niet de minste.
Maar toch: het lijkt op amputatie van één van de meest Bonderiaanse uitspraken ook. Het ontnemen van de ziel van onze eeuwige held die al zoveel jaren meedraait in het wereldje van de geheime dienst.

Het zal wel een teken van deze tijd zijn: alles van waarde is opeens waardeloos geworden.
Is dat jammer? Misschien. Het luidt wel een nieuw tijdperk in.

Ook daar valt genoeg voor te zeggen.

sorry zeggen is niet zo moeilijk

De laatste weken is het ‘common sense’ om sorry te zeggen voor alles wat je (mis)(ge)daan hebt in de wilde jaren 80. Nooit geweten dat de jaren 80 voor zoveel relletjes, rottigheid, verzuiling, verminking en degeneratie van de Nederlandse maatschappij heeft gezorgd. En ik stond er toch echt midden in!
Altijd gedacht dat ik onderdeel was van de ‘net niet’ generatie. 40 jaar later lijkt het toch iets anders te liggen. En de net niet generatie is het toch wel, doordat menigeen zijn of haar excuses gaat aanbieden voor hetgeen hij/zij gedaan heeft.

Ik kan mijn generatie genoten, die het nu voor het zeggen hebben, natuurlijk niet afvallen.
Ik zeg sorry voor het pakje kauwgom welke ik bij de lokale supermarkt gestolen heb. Het spijt me dat ik kleine kinderen bang heb gemaakt door heel hard ‘zwarte piet’ tegen ze te roepen. Spijt heb ik ook door tegen andere kinderen te zeggen dat ze op moesten passen ‘omdat mijn vader bij de politie werkte’ (wat helemaal niet waar is).

Sorry aan de godsdienstlerares die ik eenmaal in een opstandige bui brutaal weerwoord gaf. De leraar duits geen kans gaf om normaal les te geven: het spijt me.
Het spijt me voor het onbeschofte gedrag aan mijn mede studenten toen ik half geveld door Pfeiffer rare dingen, zei en deed.
Het meisje dat ik stevig vastpakte, na de ek finale 1988, en met haar de Spiegelstraat afdanste. Mijn hand tussen jouw billen, sorry.

Een welgemeend excuus aan de NS, alwaar ik in de jaren 80 eens een prullenbak heb ondergekotst, te veel gezopen in het roerige Amsterdam.
Het spijt me, aan de ene ME’er in Breda voor wie ik niet aan de kant ging na het beladen duel NAC – Dordrecht 70. Hij had zijn meezwiepende knuppel niet hoeven te gebruiken, als ik mijn grote bek maar had gehouden.

Een excuus aan die Orange medewerkster, omdat het bedrijf ten onrechte een maandbedrag had afgeschreven. Ik had niet hoeven zeggen: ‘nu begrijp ik waarom ze elkaar bij jullie overhoop steken’. Sorry.
Voor al die keren dat ik niet vertelde wat ik voelde.
Sorry.

Voor het niet laten zien van mijn trein abonnement bij weer zo’n onzinnig reizigers onderzoekje.
Voor het uitsteken van mijn hand, zodat ik wat snoepgoed kreeg van Piet. En Sinterklaas keek toe hoe een volwassen vent deze snoepjes uit Piet’s hand graaide.

Ik schaam me diep.