Het boodschappen doen was enerverend. Zij kende de winkel op haar duimpje. Hij zou koken. Iets wat zij lekker vond en hij wel wilde maken. Dat was de deal.
Het karretje was bijna vol, wijn, kaas, groen, geel en rood. De bliep bliep deed het goed. De afrekenpaal was al een hilarisch hoogtepunt. Ondeugende opmerkingen.
Thuis bij haar, een moderne maisonnette met dure smaak, kookte hij als Jamie O. (die hij haatte). De wijn smaakte lekker. Het zachte vlees, zacht. De groente groen.
De muziek deed de rest. De Nespresso was voor hem een ontmaagding. Dat vond-ie wel lekker. Zij was niet anders gewend.
Later op haar JdB-kunstoflederenbank met streepjesdesign. Ze kroop tegen hem aan. Dat vond hij fijn. Haar lieve parfum, haar zachte haren. Dichtbij.
Ze babbelden, alsof ze elkaar al eeuwen kenden. Over dit en dat, over weer en geen weer, over vroeger en later.
“En nu?” vroeg ze.
“Nu,” antwoordde hij
“Wat zou je het liefste willen, nu,” zei ze. Hij zuchtte.
“Bij jou blijven, dat zou ik wel willen,” antwoordde hij tenslotte.
“Oh, en dan?” ze keek hem uitdagend aan met haar oceaandonkerblauweallesverzengende ogen.
“Niet alleen voor de sex, maar om bij je te zijn, je te ruiken, diep in de nacht je snurkjes horen, je warme lichaam tegen me aan te voelen,” sprak zijn donkere stem.
“Dus bruut nemen is er vanavond niet bij,” fluisterde ze in zijn linkeroor.
Hij lachte, nee dat was hij dit keer niet van plan.